Flying In

Na een veel te lange pauze, is het terug tijd om een verhaal neer te schrijven. Al heb ik deze keer met Polarsteps wel mijn bewegingen in kaart gebracht. Dit heeft meer overzicht.

Alles begon op een maandagmorgen. Mijn vader zou me naar de Flibco bus voeren. De dag begon al in paniek doordat de lift nu wel of niet werkte. Om op veilig te spelen, bracht ik mijn koffer naar de kelder waar ik ze in mijn ruimte opsloot. Mijn ouders waren wat vroeg en kwamen dus eerst koffie drinken. Mijn moeder probeerde duidelijke afspraken te maken wat wel en niet in huis mocht gebeuren. Ik legde mijn sleutels op de salontafel. De tijd was gekomen en ik trok de deur achter mij dicht, niet wetende dat niemand die sleutels van de salontafel had genomen. Met alle gevolgen van dien, ook omdat de koffer in de kelder achter slot zat, zat er niets anders op dan om de reservesleutel te rijden en zelf te rijden naar Charleroi. Op de snelweg kwamen we de bus tegen en mijn vader probeerde die bij te houden… Wat mij niet echt rust bezorgde. Ik startte een filmpje op mijn tablet. Aangekomen in Charleroi volgden we de wegwijzers naar de Kiss&Ride dat nu dus ook al betalend was 😠. Mijn moeder hielp mee dragen en me uit te wuiven. Ik nestelde me in een hoekje voor een klein uurtje en ging toen mijn bagage inchecken. Daarna schoof ik helemaal achteraan aan. Na de controlepoortjes ging ik niet links, maar rechts. Ik nam mijn tijd om al mijn electronica in een paar bakjes te krijgen. Al vergat ik mijn schoentjes. Bijna! Daarna ging ik naar mijn gate. Het was ook hier een drukte van jewelste. Aan de Priority Rij leek geen einde te komen. Maar ik had mijn Klara podcast. Dan eindelijk in het vliegtuig. Toen bleek dat iemand op mijn plaats zat, even de steward ingeschakeld. Ik zette mijn podcast terug in gang en viel weer in mijn rust. Na een goed uur zette het vliegtuig de landing in. Het was even zoeken naar de bagagecarousel want daar stond niemand. Even later kwam een grote koffer aangebold met het hele scala stickers die ik er had opgeplakt. Jep, dit is de mijne… Nog even een luchthavenhelper geholpen die een klant had die geen enkele taal sprak…behalve. Hij zocht vruchteloos naar iemand die Frans sprak. Toch raar… dat was bijna de enige taal die ik op het vliegtuig hoorde. Anyway… Problem solved! Buitenkomend voelde ik mijn schoenen knellen. Ik raakte aan de praat met een medewerkster die ook op haar bus wachtte. Het was een kort gesprek. Ik nam de eerdere bus, op weg naar de tussenhalte. Nu, de halte was klein, slechts een paar automaten en een toilet pastte in het gebouwtje.

Aangekomen in Dundee zette ik mijn GPS aan. Ik liep er voorbij, tot ik David aantrof.

Ik was blij verrast dat hij zo snel te vinden was… normaal duurt het even voor hij zich laat zien en jawel hoor hij was in de pub te vinden. Schijnbaar had hij zijn bier in bewaring gegeven aan een man, die duidelijk wel bier lustte, ook niet het zijne. Nadat ik samen met David een nieuw bier had besteld, gingen we zitten.

De herberg was veel kleiner dan verwacht en beantwoorde allesbehalve aan de verwachtingen die ik had gesteld. Er was een WC maar die was enkele gangen verder. Iets dichterbij was een gehandicapten toilet en douche. In de meeste gevallen leek me dit de beste oplossing. Nog steeds vraag ik me af waarom er een disabled inrichting was op een eerste verdieping zonder lift.

Die avond was het terug stikheet in de kamer. David had enkele dagen eerder de verwarming op maximum gezet en het zo gelaten. Achteraf gezien is het begrijpelijk als je incalculeerd hoeveel hij drinkt en hoe weinig hij slaapt.

Hij vertelde dat hij graag ‘s nachts luistert naar Radio 4 en ik wou helpen door “that can be arranged” te beloven. Ik stak mijn defecte koptelefoon in mijn reserve GSM om op die manier FM te kunnen ontvangen. Ik liet het toestel zoeken en bij de amper 8 stations die ik kon oppikken was Radio 4 bij. Ik liet het door de luidsprekers “stromen”. Om de een of andere reden had ik ingestemd om het de hele nacht aan te laten. Tot ik om 4u ‘s ochtends nog wakker lag en mijn constructie afbrak. Daarna viel ik in slaap.

Kennismaking

Om een uur of 8 was ik al terug wakker. Ik had de hele badkamer voor mij alleen. Erna ging ik samen met David naar de nabijgelegen Wetherspoons. Ik nam mijn Schots ontbijt om er tegen te kunnen en nadien begaven we ons naar zaal. Alles was op een steenworp van elkaar.

David maakte me wegwijs in de Hall en wees alles aan. Het was een mooi, Victoriaans gebouw dat er van binnen nog beter uitzag dan de facade liet uitschijnen. Ik liep naar de Staffing Office, met enige weerspannigheid omdat ik wist dat ik daar nooit zou wegraken. Ik schreef me in en kreeg een werkbadge en een blauw T-shirt. We liepen nog wat doelloos door het gebouw maar uiteindelijk gaven we in en vroegen om een taak.

We kregen de opdracht om goodie-bags te vullen. Er was een tafel met wat flyers en die moesten allemaal in een jute zakje. (jute is waarmee Dundee groot is geworden). Uiteraard moest er ook een piepklein potje jam in (nog zoiets typisch voor de streek). We begonnen met 4 mensen. Toen er meer mensen bij kwamen splitsten we ons op en starten een nieuwe tafel. Intussen werd er continu gesleuteld aan de workflow. Bijna na een half uur had David zijn positie gevonden en was de “aanvuller” van dienst. Waardoor hij eigenlijk niets moest doen en zich toch de belangrijkste voelde.

Na een paar uren werden enkele dozen binnengesleept waarin het programma voor de AGM zat. Tja, dat moest er natuurlijk bij. Dus werd er een groepje aangesteld die alle zakjes aanvulde.

Intussen werden de nieuwe zakken volledig samengesteld. Van de 4 waarmee we begonnen namen we intussen de ganse zaal in. Een man of 25 schat ik.

Toen mijn maag begon te knorren, hield ik voor bekeken. Ik nam mijn jas en liep het gebouw uit. Ik had in België een reistas besteld dat ik liet afleveren in Dundee. Ik moest dus op zoek naar dat shopping centre. Na een leuke wandeling in de zon tussen de shoppers liep ik het gebouw in en algauw had ik de Amazon lockers gevonden. Ik scande de QR in en een deurtje sloeg open. Daarin zat een doos gekneld. Na veel trekken lukte het me om de doos eruit te wurmen, de doos was wat beschadigd hierdoor maar de inhoud was in perfecte staat. Op de terugweg liep ik langs mijn kamer en zette intussen de verwarming een paar graadjes lager. Ik ging terug richting Caird Hall en nam nog snel enkele broodjes mee uit de supermarkt. Daarna liep ik de “gelagzaal” in. Er waren twee vaten aangesloten en ik begon met vat 1. Terwijl ik het broodje dat ik in de supermarkt naast de zaal had gehaald op te eten. Na het broodje ging ik mijn glas terug – voor de helft – vullen met vat 2.

Er kwam stilaan meer volk binnen en ik nestelde me aan een tafel met bekenden. Dat vraagt om een vol glas dus ik ging nogmaals mijzelf bedienen. Vat 1 had mijn voorkeur, maar was helaas bijna aan de bodem. Dan maar een beetje persen.

Die avond hebben we nog iets gedronken in de Wetherspoons. En daarna gingen we naar een pub die in de CAMRA gids stond om andere leden te zien.

Het was een pokke-end stappen, meer dan een mijl, te veel voor David. Maar dat trok ik me niets van aan. Hij trok weeral eens mijn navigatietechnieken in twijfel. Ik had veel zin om hem zijn plan te trekken, maar hield me in en toomde mijn stapritme in zodat hij mee kon.

Na een hele poos stonden we voor de pub. We gingen binnen waar het druk was en men nadien vertelde dat er sandwiches voor ons lagen. Ik stond recht aan de toog en bestelde een biertje. Het werd ook steeds warmer en daardoor voelde ik de vermoeidheid steeds meer en meer zich meester van mij maakte. Uiteindelijk hakte ik de knoop door en vertelde dat ik naar huis zou gaan aan David. Het was toen nog maar 21u, maar het voelde alsof het al na middernacht was. Ik stapte de pub uit en in de frisse lucht. Meteen was ik een stuk helderder. Ik twijfelde of ik de bus zou nemen of dan toch dat stuk te wandelen. Ik besloot wat uit te waaien en zonder dat stuk balast ging ik ook een heel stuk sneller. Op de weg naar huis kwam ik oude bekenden tegen: Angela. De obligatoire hug en ze keek vreemd op omdat ik NU AL, naar huis ging. “Are you sure?” vroeg ze nogmaals. Nee, mijn besluit stond vast.

Ik kwam aan in mijn kamer, waar het al een stuk frisser was en keek naar een film in mijn bed. Het moet rond 23u geweest zijn toen ik het licht uitdeed. Om 2u kwam David de kamer binnen, alle lichten aandoend. En nog een hele tijd babbelend. Ergens moet die man toch beseffen dat ik wil slapen, alleen drong het niet tot hem door…

East Neuk met een biertje

Vandaag had ik beslist om niet te werken, maar mijn brouwerijbezoek in St Andrews te combineren met een dagpas in de regio. Helaas zat ik net buiten “the Kingdom of Fife” dus moest ik een Plus-ticket kopen.

Ik ging samen met David mijn ontbijtje doen en daarna liep ik naar de bushalte waar ik in de bus de £10 aan de chauffeur gaf waarmee ik kon rondbollen.

De bus vertrok na een tiental minuutjes naar het station en daarna raasde hij over de brug over de Tay. Het landschap werd op slag open met grote velden. Na een half uur door weilanden te hebben gereden kwam ik aan in St Andrews. Ik had een uur de tijd dus besloot ik de stad te verkennen vooraleer ik meer zuidwaarts trok naar de oosthoek. Na enkele minuten kwam ik ook in oog te staan met het kasteel en de kathedraal, ietsje verder lag nog een ruïne van een oud slot. Ik liep terug langs de kust dat al een mooi voorsmaakje was van wat me te wachten stond in het zuiden. Mijn wandeling eindigde aan de golfterreinen, waar ik met wat moeite de weg terugvond naar het busstation.

Ik kwam een tiental minuten eerder aan dan de bus zou vertrekken. Er was een Express bus die me rechtstreeks naar Dunfermline zou brengen. Dat leek op de weg te liggen.

Al gauw merkte ik dat mijn route zich veel meer westelijker begaf dan ik had gedacht, waarmee ik hopelijk uit koers raakte. Op de koop toe zag ik dat de SD-kaart in mijn smartphone corrupt was geworden waardoor ik mijn ganse OS in de knoop liep. Ik vervloekte de keuze die ik destijds had gemaakt om het intern met een extern geheugen te koppelen, zodat ik nu ook geen foto’s kon opslaan… Ik liet me niet uit het lood slaan en stapte uit aan een groot busstation. Waar ik gelukkig een bus vond die naar Leven reed. Op de weg oostwaarts langs de kust pakte ik al mijn moed samen en deed een factory reset. Nadat ik terug een maagdelijk nieuw toestel had. Ik kreeg wel nog de melding dat mijn SD kaart kaput was, maar het stoorde de rest van mijn apparaat niet. Ik nam me voor om dat thuis op te lossen. (Dat helaas niet lukte, RIP). Ik downloadde van Google Play de apps die ik niet kon missen en na wat gepruts kwam ik aan in Leven. Ik liep even langs de kustweg en daarna liep ik snel terug naar de klaarstaande bus die me naar Crail zou brengen. De typische visserdorpjes waar de bus doorreed brachten me steeds in de verleiding om op STOP te drukken, maar ik deed het niet. Aangekomen in Crail liep ik naar het haventje en daarna door de hoofdstraat om langs de kustwandeling te starten. De uitzicht was prachtig. Een wilde zee die zich tegen ruwe rotsen kapot sloeg. Ik nam enkele foto’s na elkaar, maar nadien had ik beter een stukje kunnen filmen. Niet aan gedacht … Na een stevige wandeling kwam ik aan bij een camping, een bordje gaf aan dat de wandeling gewoon over de hoofdweg van de camping doorliep. Na kilometers enkel tarmac en van die plastieken huisjes te zien, kwam eindelijk terug natuur in zicht. Toen had ik het gevoel om terug te keren, maar omdat ik weigerde om terug door die betonnen woestenij te lopen, keek ik op mijn GPS. Er was een weg die parallel liep aan de kust en die me langs weilanden vol met schapen leidde. Na een stevige voettocht kwam ik terug aan in het dorpje Crail. Ik liep een winkel binnen en na wat mondvoorraad te hebben gekocht en een ijsje zette ik me neer op het bankje aan de bushalte. Ik raakte in gesprek en na een tiental minuutjes kwam de bus aangereden. Hij reed eerst heel het stuk tot de dorpsgrens om nadien pas noordelijk te rijden richting St Andrews.

De bus reed St Andrews binnen en ik ging op zoek naar de brouwerij. Google Earth was erg nuttig en algauw vond ik het adres, al was ik meer dan een uur te vroeg. In een industriele loods waren ze nog alles aan het klaarzetten. De vrouw met de clipboard raadde me aan om nog wat tijd te doden in hun keten aan pubs. Why not.

Ik ging naar hun pub in South Street en bestelde een pint. Ik werd voorgesteld aan andere CAMRA leden, maar het gesprek verliep niet vlot. Ik merkte te laat op dat er een mealdeal was. Dus bestelde ik een mac and cheese apart. Alleen duurde het meer dan 45 minuten om wat ham bij wat gekookte macaroni te doen. Ik werd er stilaan verveeld van. Nee, hier ga ik niet terug.

Terug aangekomen bij de loods werd mij naar een bevestiging gevraagd, maar die had ik blijkbaar niet. Uiteindelijk lieten ze me toch binnen. Ik nam wat chips en liet een half pint inschenken aan de toog. Intussen kwam Angela aangesloft en ik zette me bij haar groep. Hele verhalen werden verteld en het had het er erg naar mijn zin. Intussen werd de eerste groep rondgeleid en toen ze terug waren was het aan ons.

De installatie zag er mooi uit, alleen was het allemaal wat op elkaar gepakt. De brouwer was trots op zijn Chinese kit (de invoerder had wel op elk bedieningspaneel een Union Jack gezet, kwestie van wat vertrouwen te wekken). En alles zag er wel goed uit, héél precies kon hij aflezen hoeveel water er in zijn ketel zat, hoe warm het had, het gewicht van de granen, enz… Na een proeverijtje gingen we terug naar de zaal en na een klein uurtje werden we allen buitengekegeld.

Afsluiten in een pub in St Andrews hoefde niet in vraag gesteld te worden. Samen met Angela en haar naughty gang liepen we een leuk cafeetje binnen.

Iemand van de groep moest net zoals ik een bus nemen naar Dundee en we liepen samen naar de bushalte. Aangekomen aan de bushalte was het erg rustig. Tot er een groep jongeren arriveerde die vervaarlijk aan het zwaaien was met flessen wijn, wodka en ander hevig spul. Een fles overleefde de botsing met een hekkentje niet en sprong in stukken. Echt op mijn gemak voelde ik me niet en was blij dat de bus vertrok.`

Aangekomen in Dundee liepen we terug naar de Caird Hall waar we nog even konden genieten van de open bar. Ik had wat moeite om binnen te raken omdat mijn werkbadge niet werd aanvaard door de Security en ik uiteraard nog geen officiële badge had van de AGM. Uiteindelijk liet de man me binnen, met wat aansporing van andere CAMRA-leden. Schijnbaar had ik al vrienden gemaakt…

Ik kwam de zaal binnen en zettte me aan de tafel waar David al zat. Hij pochtte dat hij als opziender was aangesteld en zo gratis meekon op uitstap. Good for you, maar eigelijk boeide het me niet.

Toen de zaal werd gesloten dronken we eerst eentje in de Wetherspoons en erna wou David nog een cafe doen en ik gaf in. We eindigden in een karaoke-bar. David was niet onder de indruk, maar ik vond het nog zo slecht niet. De muziek was goed, de zangkwaliteiten waren, tja … best aanhoorbaar. De bierprijzen lagen wat hoger en het aanbod was schaars. Maar ik kwam voor de sfeer en die was best OK. Even had ik zelfs touch toen ik met de dame naast me prooste en mijn enige woorden Gaelic uitte: “Slainté Var”. Proost dus. “You can speak Gaelic” keek ze verbaasd naar me met grote ogen. Ik besloot om hier niet op in te gaan. Die avond babbelden ik en David nog (correctie de monoloog van David) een hele tijd over wat ik het geval een match had gebeurd. Ik maakte uit zijn betoog uit dat hij niet veel zin had om mij privacy te gunnen. Wat ik er ook tegen inbracht, hij wou zijn gelijk halen.

Eerste echte werkdag

Na een veel te korte nacht, opgestaan en naar de Wetherspoons gewandeld. David ging niet mee want hij had geen honger.

Na het ontbijt gaan kijken in de zaal, er werd mij gevraagd om te helpen bij de glasbar. Zoals gewoonlijk was het een beetje aanpassen in het begin. NATUURLIJK kwam David zich weer moeien. Zoals steeds trek ik me daar niets van aan. Er was een probleem met propere glazen. Ergens blezen ze steken en raakten ze niet gewassen. Met als gevolg dat ik werd gevraagd om wat kunstgrepen uit te voeren om de verbruik van pintglazen wat te ontmoedigen. 1 pint glas voor 10 halve pints doet meestal wonderen. Sommigen die er specifiek om vroegen kon ik dan alsnog helpen.

In de middagpauze schoof ik aan bij de Bartraining. Nu bleek dat de docent de vroegere voorzitter was. Weeral bijgeleerd. Na de sessie waarbij ik bijna in slaap viel – niet zozeer van het onderwerp, maar stilzitten was mijn ding niet – kreeg ik mijn getuigschrift.

Toen ik terug mij liet zien in de staffing office werd mij gevraagd om mee te helpen in de bar. Tenslotte was ik nu gevormd.

Achteraf gezien was dit geen slechte keuze. De collega’s waren leuk, beetje kunnen babbelen, wat gedronken. Het Schots was eenvoudig te begrijpen. Ook veel rustiger dan de glazen. Tegen de avond had ik van bijna van alle bieren geproefd.

Voor ik de dienst afsloot ging ik nog de lokale cuisine testen in de traiteur die inhouse zat in de Caird Hall. De affichering kon beter, want ik lustte ook wel een curry. Ik hield het bij een saussage roll.

Ik heb me die avond nog ge-amuseerd. We sloten af met een biertje in de Wetherspoons om de hoek en daarna wou David nog ene drinken, iets verderop. Ik merkte dat de politie op de loer lag aan de overkant. Dat maakte mij nog meer geïnteresseerd om eens binnen te kijken.

Het bleek een karaoke-bar te zijn. De bierlijst was erg beperkt maar uiteindelijk vond ik wel iets naar mijn gading. David was, not amused, met de sfeer en de prijzen. Ook voelde hij zich niet op zijn gemak. OK, er waren enkele rare snuiters en de zangkwaliteit viel tegen. Maar iedereen leek het naar hun zin te hebben en ik, … ik eigenlijk ook.

Toen op een bepaald moment een vrouw naast mij kwam zitten en ik mijn weinige woorde Scots-Gaelic wou demonstreren had ik een onverwachts effect. “Slainté Var” gaf een lange blik en een verbaasde vraag “You speak Gaelic?”

David wou toen vertrekken, beetje jaloers misschien? We stapten uit de pub en de groep politie aan de overkant was intussen uitgedund. We gingen huiswaarts en maakten ons klaar om te gaan slapen.

Toen ik onder de lakens lag stelde ik me voor wat zou gebeurd zijn als die dame een voorstel deed. Er volgde een lange lithanie waaruit ik kon afleiden dat hij niet openstond om zijn kamer op te geven, voor een nacht. Beetje verrast want hij is diegene die al het vrouwelijk schoon het eerst heeft opgemerkt.

Mja, nu nog David terug stilkrijgen …. 🙁

Het vat is af

De dag begon alleen. Na de obligatoire spek met eieren, had ik genoeg energie om een dag door te komen.

Ik ging naar de staffing office en daar werd mij gesmeekt om nogmaals de bar te doen, in de namiddag. Ik had dus wat tijd om eindelijk eens binnen te piepen op de vergaderingen. Waarvoor de AGM tenslotte bedoeld was. Ik plaatste me in de zachte pluchen zetels en keek naar het panel dat vooraan op het podium zat en hun betoog afstoken. Met een Powerpoint voorstelling om de punten kracht bij te zetten was het eigenlijk best wel interessant.

Het kleine keukentje was vandaag niet open dus moest ik noodgedwongen een hapje halen in het winkeltje om de hoek van het plein. In de regen 🙁

Ik liet mij zakken op een stoel in de eetzaal met een versgetapt biertje.

Na mijn eten was het tijd om naar de bar te gaan en te wachten tot de vergadering ten einde was om met tappen te beginnen. Er waren twee bars en ik nestelde me achter de andere bar. Intussen was de lijst al wat uitgedund en waren sommige (de beste) bieren niet meer beschikbaar.

Ik had te lang gewacht om het 11% bier te proeven en dan … was het vat af! “You had your change” hoorde ik mijn collega antwoorden op mijn reactie. Gelukkig waren er genoeg bieren om me bezig te houden tijdens het wachten op een klant. Ik had het gevoel dat het vandaag wat rustiger was dan gisteren.

Hoe later de middag, hoe meer bieren ik mocht van de lijst schrappen. Ik had “het geluk” om ook een vat uit te tappen. Ik probeerde nog voor de vriendelijke dame, een halve pint te schenken maar geraakte niet meer boven de 1/3 pint zonder te veel schuim op te pompen. Desalniettemin was ze erg tevreden met het proevertje.

Rond een uur of 19u hielden we het voor bekeken en begonnen we met de afbouw van het systeem. Ik hing nog wat rond maar echt veel kon ik niet doen. Ik besloot naar de staffing office te gaan en al wat op te ruimen. Ik raakte wat in gesprek over David, wat hij wel, maar vooral niet deed, en verliet samen met de Manx het pand om eens een kijkje te nemen naar het Caird schip dat in de haven lag. De ingangprijs was rond de £10 en ik vond het niet echt de moeite. Ik liep terug naar de Hall en intussen was al grote delen van de uitrustig volledig gestript. Ik zwaaide nog eens en liep toen terug David tegen het lijf.

We eindigden nog voor een afscheidsdrink in de Wetherspoons (dat zowat onze local was geworden), ik vertelde dat ik het niet te laat zou maken.

En inderdaad, rond een uur of 22 lag ik al in mijn bedje. Nog niet slapend maar genietend van een film op mijn tablet en vooral de rust.

David kwam pas om een uur of 2 binnen.

Transfers tot op de minuut

Vandaag reizen we met enkele bussen van Dundee naar Liverpool om daar de ferry te nemen naar Douglas op het eiland Man. Het wordt dus een drukke dag. Er was helaas geen tijd voor een ontbijt dus nam ik me voor om op een tussenstop iets achter de kiezen te steken.

Ik was erin geslaagd om via twee ritten de hele reis in een dag te laten passen. 8u vertrek, 22u aankomst, dat is een dag hé. Rechtstreeks was het niet te boeken maar “Dundee-Glasgow” was te combineren met “Glasgow-Manchester-Liverpool” en vandaar was aansluiting op de ferry naar Douglas. Ik was trots op mijn zoekwerk, het alternatief waarmee David mee afkwam was over 2 dagen en een rit om 4u ‘s ochtends met inbegrip van een taxi.

De ochtend begon nog rustig met alles in te pakken. Ik had mijn rolkoffer en hij duwde alles in een reisrugzak. Blijkbaar kon hij zijn rugzak niet dragen en moest ik helpen om het ding van de wenteltrap te krijgen. Echt simpel was dat inderdaad niet. Ik bracht de rugzak naar de taxi-wachtrij die een heel eind van de herberg was en toen moest ik nog mijn koffer gaan halen. Het had leuk geweest als David mijn koffer had vooruit getrokken, er zaten verdomd wielen onder. Maar goed, ik bracht mijn koffer en de taxi chauffeur zette alles in de koffer. Het hele handeltje was natuurlijk te groot voor de doorsnee sedan, dus nam ik de rugzak op de achterbank naast mij. Met nog maar een paar minuten speling liepen we naar het busstation. We duwden de bagage in het ruim en stapten in. Nog op adem komend, want 2 koffers mogen sleuren, plofte ik neer in de bus die ons naar Glasgow bracht. De bus was zo goed als leeg, helaas was het maar een kort eindje. Na 2 uur kwamen we aan in Glasgow.

Ik sleepte de bagage in de aankomsthal toen David vroeg waar hij geld kon afhalen. Ik bleef bij de spullen staan terwijl David zocht naar een geldautomaat. Hij nam er zijn tijd voor en daardoor raakte ik in tijdnood om nog ontbijt te vinden in een winkeltje. Uiteindelijk is het gelukt en ben terug enkele minuten respijt stapten we op de bus naar London via Manchester.

De bus was erg druk, dus ik moest me houden aan de ene stoel die me toegewezen was. Het was wat lastig met al die handbagage die ik meezeulde, maar ik slaagde erin om mijn (overpriced) sandwich op te eten en door te spoelen met mijn Dr. Pepper. We reden door het grensgebied en ik genoot van het landschap dat rond me ontvouwde. Toen we even later op Engelse bodem waren begon het Peak District zich te tonen. Als ik mag vergelijken had ik zelfs het gevoel dat het Schotse broertje net dat beetje adembenemender was. De bus nam zijn pauze op exact dezelfde plaats als alle bussen voorheen. Tenmidden van de heuvels van het Peak District. We stapten uit en ik ging voor een koffie terwijl David voor een blik bier ging. De chaufffeur die net achter ons in de rij stond waarschuwde David dat alcohol verboden is op de bus. Tegen dan is het blik op antwoordde hij en daar was ik ook van overtuigd. Ik zette me aan een tafeltje en David kwam er bijzittten en zoals steeds had hij kritiek op de chauffeur, maar mij kon het echt niet schelen. Ik dronk mijn koffie op en at mijn muffin en erna genoot ik even van de ruimte die ik in de bus terug zal moeten missen. Toen zei ik aan David dat ik even naar het toilet moest en vroeg hem om op mijn spullen te letten. Tot mijn stomme verbazing kwam David een goede minuut later naast me staan in het toilet en begon een praatje. Ik keek verstomd en vroeg hem dan ook verschrikt waarom hij niet bij mijn spullen kon blijven. Ik moest ook en had alles achtergelaten. Ik haastte me terug naar mijn tafel maar gelukkig was alles er nog. Waarom had ik dat niet kunnen voorspellen?!

Nog wat gestrest kroop ik terug op mijn plaats in de bus. Gelukkig zat ik niet naast hem. David deed alsof er niets was gebeurd. Na uren onderweg, kwamen we eindelijk aan in het busstation van Manchester. We deden een korte wandeling om de benen te strekken. Toen het tijd was om weer in te stappen kon David zijn ticket niet voorleggen. Het bizarre was dat hij dit ticket al nodig heeft gehad voor het traject Glasgow-Manchester, waar Manchester-Liverpool deel van uitmaakte. Toch duurde het nog 10 minuten alvorens hij het kon tonen. De chauffeur behield zijn kalmte langer dan ik want ik zat toen al bijna aan het kookpunt.

Op de bus zaten er terug weinig mensen en dat had wel een positief effect op mijn gemoed. Een uurtje later waren we al in Liverpool. Al was het maar 500 meter lopen, David stond erop om een taxi te nemen. Maar waar staan de taxi’s. Er was wel een taxi depot maar dat zat er verdacht gesloten uit. Ik liep een restaurant binnen en vroeg of men een taxi voor mij wou reserveren. De dame belde kort en binnen 5 minuten zou er een taxi voor de deur staan. Toen ik echter buiten kwam had David al een taxi tegengehouden. Gelukkig was het van dezelfde firma dus zal wel meevallen neem ik aan. Ik stapte in en de chauffeur reed weg, echter weg van de promenade. Ik wou het me niet aantrekken, maar vroeg toch aan de chauffeur of dat de juiste richting was voor de zeehaven. Nee, zei hij verschrikt, ik rijd naar de luchthaven, ik had het zo begrepen van mijnheer. Ik kon mijn oren niet geloven… Hij was zo gul om de paar kilometers omweg niet aan te rekenen en binnen een goede 10 minuten stonden we aan de terminal. Ik sleepte de bagage naar de ingang en vond daar een rij caddies. Met wat moeite duwde ik onze bagage op een caddy. David vond dat tijdverlies, maar ik was tegen die tijd al zo goed als bekaf. Nadat ik ook wieltjes onder David zijn koffer had gekregen kon in eenvoudiger de bagage naar de incheckbalie slepen. Het was een beetje een zigzag, maar uiteindelijk zijn we in de boot geraakt. Ik plofte me neer aan een bankje en David keek halsreikend naar de bar die pas open mocht als we op zee waren. Dus nog even geduld, ik lag onder mijn stoel van de veiligheidswaarschuwing. Schijnbaar ingesproken door een bekende comedian. Het kwam erop neer dat hij ons zou kielhalen als we zijn goede raad niet opvolgden. Ik had direct David kandidaat willen stellen. Uiteindelijk kon ik de dag wat meer relativeren en kon me overhalen om een pint kapitein te maken. David had ergens gezelschap gevonden en we betaalden elk een rondje. Het was niet direct real ale, maar dat kon David niets schelen. Ik probeerde wel wat nieuws uit, maar uiteindelijk was ik ook tevreden met een simpele lager, “to get the edges off”.

Lichtjes zwevend stapten we van de boot en na wat zoeken naar de uitgang, vonden we deze keer snel een taxi. David gaf de naam van het hotel in en weg waren we. We deden wat extra kilometers omdat de straat openlag voor werken aan de rails van de paardentram. Een U-turn maken was niet evident. Het prijskaartje was volgens Engelse standaarden aan de dure kant, maar IOM is dan ook een belastingsparadijs, dus het mag wat kosten… We werden verwelkomd door de eigenares. Na een kort praatje met David duwde ik de bagage in de antieke lift, je weet wel met zo’n hek. Ik pendelde met de koffers heen en weer tot alles in de kamer was. Toen ging ik met de trap terug naar beneden en nam David me mee voor een welkomstdrink. Ik was blij dat in de pub Angela en de crew ons stonden op te wachten. Ik hoefde maar een half woord te zeggen en iedereen wist hoe mijn trip was geweest…

Ook al was hier het bier een pound duurder. Maar daar stoorde ik me niet aan.

Na een gezellige avond, liepen we terug naar het hotel die handig gelegen was op de promenade, wel een heel eind lopen van het centrum. Maar goed, het was er rustig.

We kozen een bed en al gauw was ik in dromenland.

Eerste dag op IOM

Ik stapte uit mijn bed en liep naar de badkamer op de gang.

Ik waste me en deed intussen mijn kleren aan. Toen ik terug naar de kamer liep was David ook klaar en we liepen samen naar de ontbijtzaal. We kregen een tafel toegewezen en ik wat meer up-class werd aan tafel bediend. Ik had mijn koffie nodig, dus een theepot delen zat er niet in. Intussen liep ik naar de bufffettafel om enkele boterhammen te roosteren en er wat jam op te smeren. Die dag at David nog relatief goed. Na enkele minuten kwam de serveerster met mijn spek met eieren en bonen (had ik dat maar gelaten …) Naspoelen met een vers sinaasappelsapje en we kunnen er weer tegenaan. Ik ging naar de kamer en maakte mijn rugzak klaar.

Voor ik evenwel zou op avontuur gaan, liep ik mee met Denis naar de zaal, zodat ik wist waar die was en al even goeiedag kon zeggen. Zoals gewoonlijk vond David de ingang weer niet en raakten we via de zijingang dan toch in het gebouw. Maar dan waren we er nog niet. De receptionisten weigerden ons door te laten. Toen iemand van de organisatie erbij kwam, mochten we toch door. Ik keek rond in het gebouw en maakte kennis met Julie. Ze kwam eerder kil over en vond het raar dat aangezien ik er nu al was ik toch niet zou meehelpen. Schijnbaar is sightseeing hier een groot ding.

Ik liep de deur uit en zette de wandeling in naar de ferryhaven waar ik in het Welcome Center een buskaart kocht. Ik nam terzelfdertijd ook zo’n handige badgehouder mee met elastiek. Dat kon altijd wel van pas komen.

Dan was het zaak om het treinstation te vinden, want ik wou in stijl beginnen met de stoomtrein. Ergens verscholen in een zijstraat was de ingang tot het station. De poort zat wat gewrongen tussen gebouwen maar het moment dat je door de poort liep was de grandeur van treinreizen weer helemaal terug. Ik keek op het bord wanneer de eerste trein was en “kocht” een kaartje. Ik toonde mijn kaart en kreeg een ticket. Ik had nog een half uur en doodde de tijd door enkele foto’s te maken van de locomotief, de 3de klas wagons (hier geen luxe) en het mooi versierde perron. Tenslotte zocht ik een plaatsje uit in een open rijtuig. Etaleerde mijn rugzak zodat ik overal handig aankon. Ik deed het raam naar beneden en zag hoe steeds meer mensen op de trein stapten. Ik moest mij geen illusies maken, ik zou mijn wagon niet alleen kunnen houden. Er stapte een nogal boertige vader met dochters in de wagon en duwde mijn spullen wat bij elkaar. Enkele minuten later schokte de trein in beweging en we waren vertrokken. We braken zeker geen snelheidsrecords maar al gaouw was het grauw van de stad verdwenen en schoven de groene heuvels voorbij.Toen we stopten aan het station van Port Soderick moest ik gewoon een foto nemen. Dichter bij “Thomas” kon ik niet raken. In Ballasalla bleven wat langer staan om de tegemoetkomende trein te kunnen kruisen. Enkel spoor hé… Daarna pufte de trein verder uiteindelijk tegen de stootblokken te rijden van Port Erin aan de zuidwestelijk puntje. Ik stapte uit, liep een winkel binnen voor een broodje en ging toen verder op de weg naar Land’s end of wat ze hier van maken. Ik werd weggeblazen door een prachtitg zicht. Op een heuvel was een hotel, met hoe kan het ook anders Real Ale. Ik stapte binnen en bestelde me een pint. Ik installeerde me in de pluche en keek uit over de baai. Het was adembenemend en na een gesprek met een andere klant liep ik naar de toog en rekende af. Ik wou die kust wel van dichtbij zien. Ik stapte verder langs de kust zodat ik een mooie vista kreeg op de baai en Port Erin. Na een stuk langs de kust gelopen te hebben, stapte ik terug naar het station en kroop terug in de trein. Deze keer had ik het gezelschap van een groepje Australiërs. Ik vertelde wat ik op het eiland deed en ze keken me verbaasd aan. Ik vermoed dat ze zich laven aan wijn. Het enige wat ze over bier kwijt wilden was dat Fosters overal in de wereld beter smaakt dan in het thuisland. We waren al snel van onderwerp veranderd en voor ik het wist was ik terug in Douglas. Ik vertelde de groep waar het festival doorging maar dat was zinloos leek me.

Terug in de hussle and bustle van de hoofdstad nam ik de bus naar Peel aan de westkust. Na wat drukke straatjes waren al snel terug on the open road, die hier lichtjes bergop gingen. Na een kwartiertje daalden we al terug af richting zee. In Peel stapte ik af aan de halte en liep naar de haven. In vergelijking met Port Erin leek het stadje eerder uitgestorven. Ik wandelde naar het kasteel en nam enkele minuten om het zicht in me op te nemen. De ruïne iets verderop was niet te bezichten. Dus wandelde ik terug naar de bushalte. Ik moest nog een tiental minuutjes wachten alvorens de bus me terug naar Douglas zou brengen.

In Douglas terug aangekomen had ik moeite om de juiste bus te vinden naar de Marina te vinden. Tenslotte ben ik dan maar gaan wandelen. Ik stapte binnen in de zaal en deze keer was het eenvoudiger om via het onthaal te komen. Ik ging naar de Julie om te vragen voor welke taak ik deze avond op de planning stond. Ik werd naar de lobby geleid en daar was ik verantwoordelijk voor de inkomgelden. Ze hadden het opgedeeld in kaart- en cash betalingen. Het merendeel van de tijd hield ik me bezig met het klaarmaken van de startpakketten.

Toen ik wat was ingewerkt liep iedereen naar buiten voor een openingshow. In ware Manx-traditie waren er uiteraard motoren mee gemoeid. Ze deden rondjes op DAX-brommertjes. Het had wel een humoristische noot maar in feite kon het me maar weinig boeien. Niet echt een petrol-head dus.

De verantwoordelijke kwam vragen of ik al gegeten had. Neen, dan sta je beter in de rij want de voorraad van de cateraar is nogal onvoorspelbaar. Ik ging naar het zaaltje en er stond inderdaad een hele rij. Ze hadden helemaal niets meer, dus was het wachten op nieuwe levering en omdat kakelvers werd moest het natuurlijk eerst worden gebakken. Gemakkelijk een half tot een uur vertraging.

Uiteindelijk ben ik aan een pastijtje geraakt en na wat zoeken ook een deftig biertje.

Pitttig detail was dat de kasse recht tegenover de toiletten was opgebouwd. De cash-bar was tegenover de mannen WC, de card-bar was tegenover de vrouwen WC. Nu dat viel dik tegen. Ik heb de tel niet bijgehouden maar ik had toch het gevoel dat er verbazend veel vrouwen over hun theewater waren. Ik kan niet spreken over het mannelijk deel van het klantenbestand. Maar volgens overleveringen is de Isle of Man een rots waaraan alcoholische krampachtig vastklampen. Echt groot is het eiland niet en het aanbod van Manx bieren is niet echt om naar huis te schrijven. Een buitenlands bier drinken kost dan weer extra, dus is een ferryticket mijn inziens goedkoper.

Nadat het festival was gesloten liep ik terug het hotel. In het hotel had David al ziijn spullen uitgestald en alle ruimte, werkelijk alle ruimte was ingenomen. Dus was ik verplicht om uit mijn koffer te leven. Oh ja, who cares.

Ik nam een douche en kroop in mijn bedje.