De heenrit

Ik had afgesproken om mijn nichtje op te halen om 10u in Eeklo.
Daar aangekomen wou ze eerst haar vervroegd verjaardagscadeau testen: de Polaroid camera. Na enkele pogingen in de tuin kwamen we tot een goed resultaat.

We vertrokken na 11u. Maar eerst sloegen we proviand in bij de Delhaize. Het plan om de reis te breken in de IKEA van Arlon werd meer en meer onwaarschijnlijk.
We zijn gestopt … in de IKEA van Gent. Na de typische Zweedse balletjes en een softijsje reed ik verder … onder een loden zon.

Omdat het Atomium op de weg lag, maakte ik een korte omweg. Daar bekeken we het aluminium bouwwerk van alle kanten en smulden we van de Fair Trade chocolade.

Na een adempauze op een parking voorbij Namen. Het plan was om geen de tolwegen te vermijden maar ik was slecht voorbereid… De GPS die ik gebruikte kan niet meerdere kaarten tegelijk tonen en dus moest ik een traject binnen de landsgrenzen plannen. Probeer maar eens als je door België, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk wilt navigeren. Op de koop toe had de kaart van Duitsland de verkeerde bestandsnaam en kwam dan ook niet op mijn GPS. Na wat prutsen met mijn tablet in de felle zon was de kaart hernoemd.

Toen we goed op weg waren naar Luxemburg vroeg mijn nicht zich af hoe ze best haar foto’s die ze had gemaakt van het Atomium kon bewaren. Droog en donker gaf ik haar als advies. Dus moesten we een etuitje halen. Ze keek op haar smartphone waar de dichtstbijzijnde winkels zijn. Ze kon me overtuigen om af te rijden in Wellin, vandaar was het 2 km rijden naar een Action. Valt mee dacht ik. Daar aangekomen zochten we de winkel af en na een goed halfuur zoeken waren we terug op weg.

Ik passeerde de IKEA van Arlon en nu wist ik dat we bijna in Luxemburg zouden zijn. Ik wees Silke op de landsgrens maar aan 120 km/h is het moeilijk om het bord te fotograferen. De GPS gaf al snel geen kaart meer en ik had geen zin om te stoppen om de kaart te vervangen … ik vind het wel dacht ik…

Ik wist van mijn voorbereiding dat ik richting Saarbrücken moest rijden, maar eenmaal aan de Duitse grens… zag ik nergens borden naar Saarbrücken. Ik raakte meer en meer in de war en het werd ook steeds later, het was intussen al bijna 18u.
Ik draaide mijn kar aan Trierweiler en zette mijn smartphone aan het werk. Ik reed de 30 km terug naar Luxemburg stad waar ik kon afslaan naar de tolweg van Metz. Voor ik Frans grondgebied inreed stopte ik nog aan een tankstation om toch iets uit te sparen.

Al snel zag ik de tolkantoren en nam een ticketje. Nu verliep de rit goed en al gauw was ik aan Metz. Soepel vond ik de weg naar Straatsburg en daar was het opnieuw een tolticketje nemen. De weg naar de Vogezen begon meer en meer bochtig te worden en ook de hoogteverschillen werden steeds groter, op de koop toe waren over lange stukken verbeteringswerken aan de gang waardoor ik op één rijstrook moest rijden. En toen ging mijn telefoon af, ik zag dat het een Frans nummer was, dus wist ik dat mijn host mij probeerde te contacteren. Ik had geen zin om nog meer tijd te verliezen en besloot iets terug te sturen als ik van de snelweg was.

Ik telde de kilometers naar Strasbourg af en was eindelijk van de snelweg. Ik stopte even langs de kant van de weg om een berichtje te sturen dat ik er bijna was.
Het was echter nog een halfuurtje voor ik het dorp Lipsheim binnenreed. Vandaar was het in een woonwijk de ganse tijd links en rechts indraaien. Tot uiteindelijk … rond 22u … we voor een huis parkeerden. Ik stapte uit om te kijken of ik juist was en een vrouw kwam me tegemoet.

Ze was blij om mij te zien. We zetten al de bagage binnen en ze toonde ons de kamers. Daarna zette de gastvrouw ons voor de Tv terwijl ze in de keuken nog snel iets maakte om onze hongerige magen te vullen.

Na een halfuurtje was de quiche klaar en Silke smulde van de lokale specialiteit. Ze kon er niet genoeg van krijgen. Nadat ze voldaan was ging ze naar haar kamer om te slapen. Ik praatte nog wat met de gastvrouw maar maakte het ook niet te laat omdat ik morgen een drukke dag voor de boeg had.

De Vlaamse Ardennen

Met mijn gratis Railpass in de hand heb ik een wandeling ondernomen in het Muziekbos in Ronse. Zoals steeds als ik wil gaan wandelen haal ik mijn kennis uit de website van Lonvia Hiking. Ik had eerder gekeken naar de bussen maar die waren erg schaars in deze regio, dus had ik beslist om het het stuk van het station te wandelen.

Maar eerst in Ronse raken uiteraard. Ik nam de trein naar Gent, tot daar geen probleem. Maar dan wachten op de L-trein naar Ronse. Tot Oudenaarde gaat dat prima, maar daarna ging het allemaal wat trager.

Het station gaf uit op een plein en ik liep door de uitgestorven stad. Ik merkte de bijna volledig verfranste omgeving. Niet alleen de mensen spraken enkel Frans ook de winkels en borden waren in het Frans opgesteld. Nu heb ik alle begrip voor de faciliteiten, maar ze moeten nu ook niet overdrijven.

De aanloopwandeling (de LF5A) was pittig, zo’n 3 km. Eerst door het centrum dat uiteindelijk uitgaf op de buitenwijken tot ik een bos naderde. Ik was in het goede gezelschap van Lieven Scheire met zijn Nerdland maandoverzicht podcast, die me wel 2 uur zoet hield.

Toen ik in het Muziekbos kwam kon ik hoe ik ook probeerde, de route maar niet vinden. Bezienswaardig is wel de Muziektoren die volledig is ingenomen door kruipplanten, het gaf een sprookjesachtig gevoel. Ik sloeg een weg waarbij de pijltjes de andere kant op wezen. Nee, of de route op mijn kaart is foutief of ergens onderweg zijn enkele pijtjes verdwenen of verdraaid. Ik wou niet de ganse tijd op mijn kaart kijken dus maakte ik er het beste van. Uiteindelijk gaat het om het wandelen an sich en niet zozeer of ik de wandelroute volg. Onderweg wel enkele prachtige paddestoelen kunnen vinden. Op een heuvel was het pad afgezoomd met rasters. Hier was onmogelijk om van het pad af te dwalen. Al hield dat niet zo lang aan en kwam ik terug op een vlakte waar elk richtinggevoel me vreemd was. Na doorlopen kwam ik terug aan bij het beginpunt, ik had kortweg in een lus gelopen en weet eigenlijk nog steeds niet waar ik de foute afslag nam. Uiteindelijk vond ik dat ik genoeg in de benen had en keek op de kaart hoe ik terug kon keren. Ik kwam op een plein uit met bushaltes, die eens om de zoveel uur bediend worden. Horeca was niet open, dus moest ik me tevreden stellen met mijn fles water en koekjes die ik meezeulde.

Ik liet mijn GPS een route uitstippelen naar het station (die 3 km). De route vond ik diverser dan de officiële deze morgen. Toch viel het me zwaar om dat stuk nog te moeten wandelen. Onderweg hoorde ik een quad op een boerenwegel die klaarblijkelijk werd bestuurd door een 8-jarig jongentje. Niets op tegen, hij reed rustig en was vriendelijk.

Toen ik aan het station was en uit de automaat een cola en een suikerwafel haalde en op een bankje op het perron ging zitten. Even mijn mondmasker naar beneden doen, werd ik aangesproken door iemand zonder mondmasker in het Frans, maar had daar geen zin in. Ik wou nu mijn wafel opeten en even uitrusten van de tocht, hij vertelde hem dan ook dat ik geen tijd had. Hij reageerde op zijn zachts gezegd explosief. Een hele lithanie over Nederlandstaligen en dergelijke met de nodige handgebaren erbij. Echt op mijn gemak was ik niet. Achteraf hoorde ik dat de streek er wel voor beducht was. Ik keek waar mijnheer instapte en koos de andere kant van de trein.

Na een lange pauze in Gent, aansluitingen en dan vooral in het weekend, zijn niet echt het sterke punt van de NMBS.

Uiteindelijk ben ik thuis geraakt, al was het wel met een goed half uur vertraging.

Flirten met de grens

Het was mooi weer, dus dacht ik dat ik nog eens mijn Railpass van stal zou halen. Ik las op de website dat fietsen gratis mee te nemen waren tot eind dit jaar, dus besloot ik om mijn fiets in de trein te laden en de Vennbahn af te fietsen, enkele van de RaVel routes te volgen.

Het oorspronkelijke idee was om naar Coo te sporen, vandaar in noord-oostelijke richting de RAVel 45 te volgen om dan in te haken op de Vennbahn (RAVel 48) die ik terug zou verlaten in Raeren om dan uit te bollen naar Eupen, waar een rechtstreekse trein me terug naar Brugge zou voeren.

Tot daar de theorie… Ik stapte in de trein met bestemming Eupen. Alles verliep goed, tot de trein net voor Luik stil kwam te staan. Ik zag mijn overstaptijd naar de trein naar Coo afnemen tot uiteindelijk de trein 5 minuten later aankwam in het station. Wetende dat de trein naar Coo slechts 1 maal om de 2 uur rijdt, heb ik beslist om gewoon te blijven staan en de route omgekeerd te doen. Ik had echt geen zin om 2 uur te staan koekeloeren in Luik.

De trein kwam aan in Eupen en ik moest even opkijken toen ik Oostends dialect kon ontwaren. Natuurlijk die machinist en conducteur waren gestationeerd in Oostende, logisch. Terwijl ik mijn fiets klaarmaakte voor de rit, mijn GSM-houder op mijn fiets installeren, even wachtend tot OSMAnd was opgestart en wist waar ik was. Mijn muts over mijn hoofd trekken en mijn handschoenen aantrekken want het was best wel koud daar. Ik stelde de aanlooproute in en weldra weerklok Emma of hoe noemt die metalige stem, en gaf me bevelen.

Het begin van de tocht verliep vlot, het was bergaf tot het centrum van Eupen. Het was even goed op de GPS kijken om uit het centrum te raken maar uiteindelijk zag ik het platteland voor me. Ik kwam nu en dan iemand tegen op de weg die de hond uitliet, vriendelijk knikkend. Ja, dit voelde goed.

De wegwijzers waren goed aangebracht, tja die Deutsche grundlichheit. Nu en dan vertikte ik het om Emma te gehoorzamen en volgde liever de pijltjes. Tot ik in Raeren kwam en steeds meer merkte dat de weg naar boven helde. Ik zag op de kaart dat ik er bijna was. Ik moest even slikken toen ik voor een straat stond die 10% stijging aangaf. Ik stond stevig op mijn pedalen toen plots een auto uit een oprit achteruit begon te rijden. Ik wou mijn swung niet opgeven en belde furieus, net op tijd had de chauffeur mij gezien en ik kon links van de straat de auto voorbij puffen en ik was weer op weg.

Ik kwam aan een spoorlijn waar het even plat was. Ik nam mijn waterfles en kwam heel even op adem. Stuurde een fotootje, zette mijn kaart juist en begon toen te peddelen. De weg was zoals verwacht kaarsrecht en had weinig bochten maar ik was me toch een lichte stijging gewaar, niet zo erg als op de aanlooproute maar ik schatte toch zo’n 3 à 4%. Zo nu en dan kwam een koppel electrische fietsen voorbij gestoven. Tja, zo is het natuurlijk gemakkelijk…

Ik zag dat mijn facinatie voor grenzen nog steeds aanwezig is toen ik merkte dat de signalisatie plots van vorm veranderde. Het was niet langer een paal met daar een bord tegenaan geschroefd, maar een paal uit een stuk waar met 4 schroeven een bord tussen was geschroefd. Het zijn misschien details, maar zo wist ik dat we in Duitsland waren. Al was de vette paarse lijn op mijn kaart ook een weggever. Ik fietste verder en was dat nu toeval maar ik vond de natuur er ook beter uitzien. Nu en dan stopte ik even om een foto te nemen. Ik kwam in een dorp terecht met een duidelijke grens, of beter gezegd grenzen.. “Herzlich wilkommen in Belgien” stond op het bord naast een … frituur, kan het nog Belgischer. Met de nodige vlaggen was duidelijk waar je je nu bevond en lijnen op de grond gaven aan dat ik me op een hoekpunt bevond. Een spie België in Duitsland. Ik volgde de pijltjes, stak de weg over en bevond me terug op het spoortracé. Na enkele kilometers vond ik, wat ooit station Lammersdorf was, een kaart. Daarop kon ik aflezen dat het eerste stuk inderdaad een helling was, maar weldra zou ik terug was dalen en dat gaf me hoop. Bij het station was ook een bankje en nam van de gelegenheid gebruik om mijn boterhammen op te eten.

Al bevond ik me officiëel op Belgisch grondgebied, ik merkte er weinig van aan de signalisatie, die netjes de Duitse vorm bleef aannemen. Toen ik in de buurt van Monschau reed en een bord zag staan, om naar het centrum te rijden heb ik even getwijfeld maar uiteindelijk niet gedaan. Dat had 2 redenen: het reizen naar andere landen was toen sterk ontraden en mijn kaartmateriaal reikte tot de Belgische grens. De bondsstaat Nordrhein-Westfalen waartoe Monschau behoort, en dus ook het kaartmateriaal, is erg groot en ik had geen zin om mijn data daaraan te geven, al had ik wel goede 4G ontvangst. Dus reed ik dapper verder, al keek ik af en toe wel eens opzij om een glimp op te vangen van het schilderachtige dorpje. I’ll be back…

Iets verderop reed ik uit de langgerekte enclave, die zich nog even van zijjn mooiste kant toonde toen de route over een brug voerde me trakteerde op prachtig vergezichten, de borden wisselden terug naar herkenbaar Belgisch. Pal op de grens was een stuk spoortracé behouden dat werd gebruikt om te railfietsen. Als ik die vehikels zag was ik blij dat ik met mijn 2 wielen wel vooruit raakte, want met die monsters had ik er zeker geen beweging in gekregen. De waterkraan om de locomotieven van water te voorzien was behouden en stond fier naast de sporen. Het fietspad kronkelde nu eens links en dan eens rechts van de sporen, tot het pad afweek en in een heide een lus deed om aan te sluiten met een route in de Hoge Venen. De weg draaide terug naar het tracé en ik zag dat het stukje sporen intussen verder was opengebroken.

Ik reed verder en op mijn kaart was te zien dat ik ergens deze route moest verlaten om westwaarts te keren. Al bevond ik me nog steeds in de Oostkantons toch vond ik dat de namen van sommige dorpjes niet echt Duits klonken, al was de signalisatie dat zeker wel. Ik kwam aan het knooppunt en boog af en volgde voortaan Ravel 45, recht een bos in. Ik volgde de route en zag op mijn rechtkant een stapel stenen met een bord erbij. Ik stopte en las wat er op dat bord stond. Ik bevond me blijkbaar aan de oude grenspaal, waar dus tot 1920 de grens liep tussen Duitsland en België. Dat ik me hierna niet langer in de Oostkantons bevond was héél snel duidelijk toen niet het minste spoor van de taal van Goethe kon ontwaren. Iedereen sprak Frans en de borden waren koppig eentalig Frans. Terwijl dat een kleine kwartiertje eerder netjes bilanguel was en ik geregeld Duits en Nederlands hoorde (die Nederlanders zitten ook overal).

Het pad klom iets naar boven en ik zag het begin van Stavelot. De bedding behield zijn hoogte, maar de omgeving daalde steeds meer zodat het dal met Stavelot zich steeds lager bevond. Het fietspad kronkelde door de stad en er was nu en en dan wel een fietsverbinding met de stad gemaakt maar die was behoorlijk stijl, even een bezoekje sloot ik dus uit.

Even verderop was een tunnel waar met bewegingssensors de verlichting aanknipperde. Het was een lang stuk dus maar best ook. Ik reed verder en zag de masten van een spoorlijn steeds dichterbij komen. Nu, ik bevond me ook op een spoorlijn, maar deze was opgebroken, het was dan ook logisch dat ergens een wissel zou zijn die dit stuk minder rendabel spoor zou verbinden met het bestaande spoornet. Ik vervolgde mijn weg en kwam in het dorpje Trois-Ponts terecht. Ik besliste mijn rit hier al af te breken en de 5 km niet verder te fietsen langs de spoorlijn naar Coo. De bijna 100 km op de teller had volstaan. Ik keek op mijn kaart waar het station zich bevond en reed die kant op. Ik zag dat ik nog een goed uur moest wachten op mijn trein. Dus keek ik wat rond, controleerde mijn TEC-kaart. Er waren wel bankjes op het perron maar ik had geen zin om meer dan een uur door een mondmasker te moeten ademen. Dus wandelde ik een stukje terug in de straat en zette me op de stoep met mijn boek, waar de bussen draaiden.

Ik zag nog iemand op het perron staan met een fiets en vroeg me af of dat wel allemaal in dat treintje zou passen. Hopende dat de conducteur niet zou beslissen om fietsen te weigeren. De trein zat goed vol en na wat puzzelen kreeg ik mijn fiets in het gangpad terwijl ik toch kon zitten. Toen waren al 4 fietsen op de trein: 2 modderige mountainbikes (je kon je de vraag stellen waarom ze de grootste brokken er niet afhaalden voor ze op de trein stapten), die fiets van die vrouw die net opstapte en de mijne. Terwijl er maar plaats is voor 2 fietsen op de regionale trein, net naast de toiletten. De conducteur keek bedenkelijk maar het alternatief was om mensen van de trein te zetten en 2 uur te laten wachten. Enkele stations verder kwamen er nog fietsen op de trein. Had dat toilet daar niet gezeten dan was het mogelijk geweest om de fietsen naast elkaar te zetten, de gang was daar een stuk breder, maar dan had het toilet niet meer toegankelijk geweest. Ik deed mijn best om mijn stuur zo te plaatsen dat de conducteur er, min of meer, gemakkelijk langs kon. Toen we uiteindelijk in Luik aankwamen was het totaal al op 7 fietsen.

In Luik was de overstap nipt en besliste dus niet op de lift te wachten en hief mijn fiets de trap af en terug op bij het juiste spoor. Ik liep door tot het einde van het perron omdat ik zo hoopte dat er daar het meeste plaats zo zijn. De deur ging niet open en een beetje ge-agiteerd liep ik een stukje terug en schoof aan bij een andere deur. Daar stond al een fiets in het middenpad en toen ik probeerde om de binnendeur te openen gaf ook die geen krimp. De conducteur die in de buurt was zei dat die “kaput” was. Ze hadden de hele coupé dus ontoegankelijk gemaakt. Ik zette mijn fiets zo dat hij stevig stond en niet al te veel in de weg van het toilet, wel kon ik niet anders dan hem tegen die andere fiets te zetten. Ik sloot mijn fiets en ging in de zetel zitten dichtbij mijn fiets. Toen we Leuven naderden vroeg de man over me om mijn fiets te verplaatsen. Ik vroeg waarom en blijkbaar was die andere fiets de zijne. Toen de trein het station van Leuven naderde zag ik op het perron iets surrëels. Het perron stond vol fietsen. Ik telde er met gemak 30. Ik weet in alle eerlijkheid niet hoe ze die allemaal aan boord hebbben gekregen maar blijkbaar lukte het want met 5 minuten vertraging zijn we vertrokken richting Brussel. Terwijl de trein stampvol zat en met het zenuwachtige gedoe rond de Brusselse stations bedaarde het terug toen de trein bijna de helft van zijn lading had ontdaan in Brussel Zuid. Het was nog druk, maar je kon tenminste terug een beetje je benen strekken. In Gent verliet bijna iedereen de trein. Opnieuw een raar beeld om de trein terug leeg te zien na al die heisa. Uiteraard vervolgde de trein zijn route terug via Lichtervelde, dus ik was 20 minuten langer onderweg. Vervelend maar ik had wel terug de rust teruggevonden die ik al meer dan 3 uur aan het zoeken was.

Ik kwam aan in Brugge, zette mijn fiets in de lift, die ik wel moest delen met enkele perfect fitte mensen, waardoor ik mijn fiets terug in een bocht moest wringen om hem in de lift te krijgen. Ik snap niet echt vanwaar die fobie komt bij jongeren om een stuk of 20 trappen te doen. Ik stapte het station uit, stapte op mijn fiets en reed het stukje naar de parking waar ik mijn auto had geparkeerd.

Moe maar tevreden zette ik me eerst even in de auto om tot mezelf te komen. Dan deed ik de koffer open en hief mijn fiets in de auto. Startte de motor en reed naar huis.

d’Ardennen

Ik was uitgenodigd door mijn zus om Kerstmis te vieren in hun chalet in de Ardennen, in Jupille. Nee, niet in dat dorp vernoemd naar een of ander alcoholische drank, of was het nu omgekeerd. Nee, dit dorp lag niet net naast Luik, maar lag in de provincie Luxemburg niet ver van Marche en Famenne. Probleem was dat ik niet in de auto pastte. Ik ben de trotse oom van 2 nichten en 1 neef en samen met hun ouders en de bagage zit de auto al vol. Dus beslistte ik om met de trein te komen. Hoe moeilijk kan het zijn: de IC trein naar Brussel en dan overstappen op de IC trein naar Luxemburg om uit te stappen in Marloie.

Ik stuurde mijn zus vol ongeloof een berichtje in Brussel Noord dat ik zonder problemen in Brussel ben geraakt. Geen vertraging en de volgende trein is netjes op tijd. Alles verliep goed, behalve toen in Ottignies de chiqué hun boekentassen achteloos bij mij op de bank gooiden. Ik trok me er niets van aan en keek verder naar een van de Harry Potter films op mijn tablet. Toen we terug op weg waren hoorde ik meer en meer mededelingen over de intercom. Ik zette mijn hoofdtelefoon af en hoorde de conducteur, nogal zenuwachtig omdat hij weeral niet alle info had, de situatie uit de doeken doen. Er was een persoonsongeval gebeurd tussen Namen en Ciney. De trein zou niet verder rijden dan Namen. Ik bracht mijn zus op de hoogte dat ik enkele uren vertraging zou hebben.

Ik verzamelde al mijn materiaal en stapte uit in Namen. Ik liep door het station en terwijl de NMBS nog hun infotafel moest inrichten, haalde ik een broodje bij de Panos want de lunch moest ik nu zelf verzorgen. Intussen wou mijn zus weten wanneer ik zou arriveren omdat ze een wandeling hadden gepland. Ik wist in de verste verte niet hoe de situatie zou evoluëren. Na mijn broodje op te eten in de wachtruimte, want buiten viel de regen in bakken naar beneden, vroeg ik aan de infobalie hoe de vork in de steel zat, want de volgende trein naar Luxemburg was aangekondigd op de borden. Informatieverschaffing op de trein is een drama laten we eerlijk zijn. Ik kwam te weten dat alle treinverkeer vanaf Brussel was afgeschaft. Er zou een vervangbus komen, maar die moest natuurlijk eerst nog opgevorderd worden. Ze wezen me in de richting waar die zou arriveren. Mijn zus was aan het onderhandelen, maar mij komen halen in Namen was te ver, maar ze waren wel bereid me te komen halen in Ciney, zodat ik op dat stukje trein van Ciney naar Marloie niet hoefde te wachten.

Ik ging even kijken naar de zij-ingang waar het nog steeds hevig aan het regenen was. Nu en dan kwam er wel een TEC-bus langs maar ik liet me niet vangen en bleef mooi staan in mijn rijtje aan de uitgang. Heel wat volk verliet echter wel de garage, zodat aan de vermoedelijke bushalte al een rij had gevormd. Wel rij … eerder een samenklitting. Toen er even later een moderne rode bus kwam aanrijden met het NMBS logo was ik natuurlijk eraan voor de moeite. De bus zat vol. Ik was wel even onder de indruk van de bus, schijnbaar heeft de NMBS wel budget voor vervangbussen, blijkbaar een veel voorkomend probleem concludeer ik daaruit. Toen de bus stampvol vertrok, kreeg ik te horen dat er binnen een half uurtje nog een bus zou passeren. Het regende het gelukkig minder hevig en ik hield het uit in de matige regen. Toen de bus kwam, een aftands TEC-voertuig, voelde ik van alle kanten duwkracht. Ook waren er enkele snodaards die langs zij mij probeerden voorbij te steken, ik maakte mij wat breder want met die rugzak op mijn schouders had ik geen zin om nog eens een half uur te wachten. Ik wurmde me op de bus en vond een plaatsje naast een ouder man, zonder mondmasker. Who cares… Ik plaatste mijn rugzak op mijn schoot zodat ik nog net voor mij kon kijken. De bus zat al snel vol en we reden de stad uit. Het duurde even voor we op de snelweg waren. Enkele passagiers aan bushaltes keken verbaasd op omdat de bus hen negeerden. Op de snelweg, waar een lijnbus uit zijn element is, neemt het motorgeluid enkel maar toe, ook de temperatuur op de bus was al danig gestegen. Neen echt relax kun je dat niet noemen.

Eindelijk in Ciney aangekomen kreeg ik een berichtje waar mijn schoonbroer was geparkeerd. Zette mijn bagage in de koffer en stapte in. Ik kwam terug tot mezelf en al gauw herkende ik de omgeving terug waar ik enkele jaren eerder ook al was geweest. Het was toen nog maar iets na 15u, alles bij elkaar had ik maar 2 uur vertraging opgelopen. Onderweg zag ik dat het water op enkele plaatsen buiten zijn oevers was getreden en de Ourthe kreeg nu veel meer speelruimte in de velden.

Ik vond het hilarisch dat mijn familie wel wou wandelen maar dan wel enkel de platte stukken, echt avontuurlijk kun je ze niet noemen. Na een koffietje stapten we de chalet terug uit en begonnen aan hun klassieke toertje in de omgeving. Mijn nicht die 6 jaar is en dus leert lezen zorgde voor de komische noot toen ze de betekenis van een verkeersbord uitlegde. “Moh, kun jij ook al Frans lezen?”, was mijn antwoord. Natuurlijk niet gaf haar moeder aan, maar ze kent het symbool wel na enkele jaren op vakantie te gaan. Nu ik vond het wel grappig. Intussen was mijn oudste nicht uit het oog verloren, maar we hoorden ze wel nog. Ze droeg haar smartphone bij zich en met maximum volume galmde haar Spotify-playlist door de lege straten van het dorp. Wat sarcastisch hoopte ik dat het GSM-bereik in deze afgelegen uithoek van België onvoldoende zou blijken, maar haar telefoon had geen moeite om data te ontvangen en dus ook muziek spuwen. Mijn schoonbroer vertelde me dat er ergens een pad was dat terug naar de vakantiepark leidde. Ik had mijn GPS in de aanslag en zag een wandelpaadje die zich iets verderop afsplitste van de betonbaan. Het paadje kronkelde zich rond bomen en over boomstronken en kwam uiteindelijk uit op een brede asfaltbaan. Nadien bleek dat ze altijd deze brede baan nemen. Dan heb ik toch wat avontuur in hun wandeling gebracht.

Die avond bij de feestdis kon ik dan mijn cadeau uit mijn rugzak halen, een six-pack Belgisch speciaalbier, dat ik de hele reis heb meegezeuld. Ik hield me voor om volgende keer een handdoek of zo cadeau te doen. Tot ik het cadeau zag dat ik had gekregen … een sixpack Nederlands speciaalbier, verpakt in een houten kist. Mja, het was wel zonde om de bijgeleverde koevoet te gebruiken om de verpakking te openen en ook om het uiteindelijk terug thuis te krijgen. De verpakking heb ik dan ook niet kunnen meenemen.

De volgende dag gaf mijn oudste nicht aan om met mij mee te gaan met de trein, zodat ze sneller thuis zou zijn. Ik rekende het haar voor en ik denk dat ze wel besefte dat ik hoe dan ook later thuis zou zijn dan de rest van de familie.

Ik keek op de TEC website en zag dat er een bus cirkelde rond het park die naar Marche en Famenne reed en vandaar zou ik kunnen overstappen op nog een bus die me naar het station van Melreux-Hotton bracht. De familie gaf aan dat ze me wel een lift zou geven tot het station, ik hoefde niet met mijn zware bagage twee bussen op. Dus hielp ik met opruimen en het duurde wel even tot alles en iedereen in de auto zat. Het was puzzelwerk maar uiteindelijk zijn we kunnen vertrekken. Het station Hotton was iets dichterbij dan Marloie en ligt op de lijn Luxemburg-Luik dus ik hoefde ook maar 1 keer over te stappen.

Toen ik me uit de auto kon bevrijden en nog eens zwaaide naar mijn familie keek ik op het uurrooster wanneer de volgende trein kwam. Uiteindelijk bleek dat de trein naar Luik een tiental minuten eerder was vertrokken dus wachtte ik op de trein die me naar Marloie zou brengen om vandaar het normale tracé te vervolgen. Toen ik wou uitstappen versperde een kind me de weg, door beide handgrepen te grijpen, en ik zag dat de vader geen aanstalten maakte om iets aan de situatie te veranderen. Terwijl ik met alle moeite duidelijk maakte dat ik wou uitstappen. Hij keek zelfs niet eens op… Ten einde raad duwde ik het kind wat opzij zodat ik doorkon. Ik merkte dat het kind moeite deed om zijn grip te behouden op de leuningen dat me enorm verbaasde. Toen ik de trein verliet sprak men mij aan maar ik negeerde het. Toen ik na een korte wandeling door het stationsgebouw terug tot mezelf kwam, werd ik aangesproken door een wielertoerist in het plat West-Vlaams op het perron. Hij vond het niet kunnen dat ik een kind een duw gaf, schijnbaar was het de man die me in de trein nariep. Ik verdedigde me dat ik het kind helemaal geen pijn had gedaan en alle mogelijkheden had gebruikt om verbaal duidelijk te maken dat ik erdoor wou. Nu, het betoog viel in dovemansoren. Wel merkwaardig dat net een wielertoerist mij aansprak, terwijl ik al talrijke keren van de weg ben gereden door de lycranauten die laag over de baan scheren. Ze geven mij nooit echt het gevoel van een toonbeeld van geduldigheid. Ik had geen zin in een zinloos betoog en liet de man schreeuwen.

Ik was even benieuwd toen ik Namen naderde maar deze keer bleef de trein doorrijden, al werd het terug wat drukker rond Ottignies. Deze keer waren het chiqué studenten i.p.v. scholieren maar even weinig gemanieerd. In Brussel was het terug, zoals steeds, druk. Heel velen reizen enkel van Noord naar Zuid heb ik gemerkt, zou dat te maken hebben met de poortjes in de metrostations? Voorbij Gent nog even een omweg langs Lichtervelde en we zijn terug thuis.

Stadswandeling in Gent

Enkele dagen geleden zag ik bij de nieuwe aanwinsten van de bibliotheek een Odyssee reisgids over Gent met 6 wandelingen. Ik besloot de proef op de som te nemen en deze routes uit te testen.

Toen ik ‘s morgens de trein nam werd ik terug geconfronteerd met de werken op het spoor tussen Oostende en Brugge. Zoals nu al lang de gewoonte is reed de trein via Lichtervelde, na een klein uurtje was ik dan in Gent Sint-Pieters.

Ik begon met wandeling 3: Religieuse verscheidenheid. Ik ben uiteraard al eerder in Gent geweest, maar deze route bracht me toch op ongekende plaatsjes. Je zag dat de auteur zijn research serieus nam. Ik kon zeker genieten van de rustige straten rond het Elisabethbegijnhof vooral in de nabijheid van het drukke Rabot en was verbaasd toen ik door een doorgang aan de Sint-Vincentskapel. Ik heb even moeten uitwijken omdat de Brandweerstraat volledig was afgesloten door werkzaamheden. Daarna verliep alles vlekkeloos. Wat me al snel opviel op mijn wandeling was de wijdverspreide steunbetuigingen aan het zorgpersoneel. Ik kon geen straat passeren of wel ergens dook een affiche op die hen een hart onder de riem stak. In dat licht vond ik dat mijn eigen stad wat verbleekte op dat vlak.

Ik had de smaak te pakken en breidde er een tweede wandeling aanvast, wandeling 4: Duitse bezetting in WW I. Deze wandeling viel wat meer tegen. Niet door de route-aanwijzigingen maar omwille van het groot aantal wegenwerken die mijn weg bemoeilijkten, vooral aan Het Zuid (of is het De Zuid) ik vergeet altijd welk plein nu Antwerps en welk Gents is. Misschien had het ook te maken met de drukte die aantrof op de Korenmarkt, de Kouter, het Woodrow Wilsonplein en aan Sint-Jacobs. Niet alle wegen op de route waren zo druk en ik vond wel een pleintje om mijn lunchpakket op te eten.

Ik sloot de dag af met wandeling 6: Ledeberg, vol verhalen. Op zoek naar terug wat rust nam ik de tram tot aan Ledeberg. De route begon al bijna verkeerd toen op een plein een auto zonder kijken zich in achteruit zette op een parking. Ook al deed ik teken op de achterruit en kofferbak, de chauffeur deed er even over om te stoppen, ook al maakte ik een bocht rond de auto. Tot overmaat van ramp stapte de man uit en begon me uit te kafferen in het Turks omdat ik achter zijn auto liep. Naar mijn gevoel wat overbodig omdat hij daar al zeker 5 minuten stationair stond te draaien alvorens hij besloot te vertrekken. Ik negeerde het feit en na enkele meters had ik al terug de rust teruggevonden. De route toonde me een ander stuk Gent, met mooie pleinen en leuke woonwijken. Ik nam even de tijd in het Adolf Papeleupark om een hoofdstuk uit mijn e-boek te lezen.

Alles bij elkaar is het een erg geslaagde dag geweest. Natuurlijk was het spijtig dat ik de horeca-gelegenheden besproken in het boek niet kon testen, want ik ben er zeker van dat daar ook pareltjes tussen zaten.

Ik trok terug naar het station en tuurde geduldig naar buiten hoe Deinze, Tielt en Torhout aan me voorbijzoefden voor ik terug in Brugge op de bus kon stappen.

Big Bang

Deze maand wou ik drie vliegen in één klap slaan. Ik had gemerkt dat het TEC-tegoed op mijn MoBIB kaart bijna was vervallen. Daarom vatte ik het plan op om wat te gaan bussen in Wallonië. Ik had nog een voucher liggen voor het voorschot bij een boeking van een herberg, zodat ik tour wat kon verlengen. Helaas waren toen nog alle herbergen gesloten en ik had geen zin om een hotel te boeken voor mij alleen. Er zat dus niets anders op om in één dag mijn tour te doen.

Ik vertrok heel vroeg in de morgen naar Luik, met als gewoonlijk een omweg langs Lichtervelde. Daar stapte ik op de bus naar Bastogne. Dat is een aardig stukje rijden, zo’n 1u30. De tarifering op de TEC-bussen is niet zo doorzichtig door het bestaan van nu 4 meerritten-kaarten: Multi8 (8 Next-ritten), Multi6 (6 Horizon-ritten), Multi4 (4 Horizon+-ritten) en het nieuwe Multiflex (een combinatie). Waardoor de korte en lange ritten een ander ticket vragen. Ik kon nog een aantal Next-ritten doen maar de route Luik-Bastenaken is lange afstand, dus Horizon. Ik vermeed bewust de nieuwe Express-lijnen omdat voor deze nog een ander ticket nodig is. Nu, door het ontwerp van de bus (reisbus) is het onmogelijk om tijdens de Covid-pandemie te valideren. Dus ik moest het niet direct uitleggen. Al was ik wel blij dat ik op mijn bestemming arriveerde. Het begon tamelijk warm te worden op die bus.

Ik stapte van de bus en keek wat rond naar wandelingen die ik kon doen. Ik las de borden bij een weide, waar normaal ezels grazen om te gebruiken in ezellinnenmelk. Ik las het interessante verhaal alleen viel ik niet erg voor het puur natuurverhaal daar de melk een heel proces ondergaat voor het op de markt komt. UHT-behandeling, vriesdrogen, een hele batterij tests en uiteindelijk terug rehydratatie. Echt natuurlijk komt dat niet over …

Uiteindelijk liep ik door de hoofdstraat met niet mis te verstane borden waar het masker verplicht is. Iets waar ze naar mijn mening beter in slagen dan wij hier in het noorden van het land. Simpel is soms beter.

Als ik aan de andere kant van de stad was doemde het grote monument op op een heuvel boven de stad. Ik beklom de lichte helling en weldra stond ik ook in oog met het monument voor The Battle of the Bulge. Ok, het was inderdaad maar een bultje in het landschap. In tegenstelling tot de Menenpoort aan de andere kant van het land, worden de soldaten zelf niet geëerd maar eerder de staten en de betreffende divisies. Ik liep rond het monument dat typisch Amerikaans oogt. Bombastisch en vol lof over “God’s finest country”. Het kapelletje in de kelder kwam daardoor eerder mager over. Het is mogelijk om het monument te beklimmen met een stenen wenteltrap tot je bovenop de ster loopt. Enkele kaarten duiden de situatie in 1944 en hoe de Amerikanen waren ingesloten door de Duitse troepen.

Terug beneden liep ik verder en kwam in het openluchtgedeelte van het museum terecht. Taalpurist die ik ben stelde ik de volgorde van de talen in vraag: Frans, Duits, Engels en tenslotte Nederlands in volgorde. Even later bracht een bord met de sponsors duidelijkheid op de zaak. De tentoonstelling werd gesponsord door de Cultuurraad van het Saarland … vandaar. Dat het Nederlands er überhaupt nog opstond is best bijzonder. Ik ken musea in Brussel die de andere landstaal als onbelangrijk ervaren. Zeker nu ik me in een grensgebied bevond, vind ik het altijd interessant hoe het verhaal wordt verteld. Wel dat moet je zelf maar uitzoeken… Wat me wel opviel was het hoge aantal bezoekers met een Limburgs accent, die zelf het aantal Franstalige wat deden verbleken.

Verderop was een stukje Berlijnse muur nagebouwd met de typische bakkeliet autootjes die zo worden geassocieerd met dat stuk van de geschiedenis. De stukken muur deden op hun beurt weer dienst als canvas voor moderne kunst, die ik maar weinig kon smaken.

Ik verliet de heuvel langs de parking en liep toen terug langs een oude spoorwegbedding. Ik besliste niet door te lopen tot station Bastogne Nord, maar de bus te nemen in Bastogne Sud. Waar ik nog 30 minuutjes moest wachten tot een bus me naar Libramont zou brengen.

De bus, die wel mijn Next-ticketje wou, had me in een klein halfuurtje afgezet op de spoorlijn Brussel-Luxemburg. Ik liep het station in en keek naar het uurbord, toen ging ik terug buiten en keek welke bussen mogelijk waren vanuit Libramont. Mijn oog viel op de bus naar St-Hubert die binnen een goed kwartier zou vertrekken. Ik liep wat rond terwijl het danig druk werd aan het station en ik toch graag, nu zeker, wat afstand bewaar.

De bus reed door talloze dorpen om uiteindelijk door een donker bos uit te komen op het plein bij St-Hubert. Ik belde en stapte uit en keek op mijn kaart. Ik kwam oog in oog te staan met de toch wel uit te kluiten gewassen basiliek met voorplein had het wel wat prestige. Ik liep verder en kwam uiteindelijk uit op een ringweg met een rondpunt. Het rondpunt was bevolkt met het, hoe kan het ook anders, het typische hert van St-Hubert, compleet met mondmasker en al. Zou de geneeskrachtige werking van het dier zijn uitgewerkt na al die jaren?

Toen ik de straat overstak bevond ik me in een stijl stijgende straat die wel aardige vergezichten bood maar na zo’n een kilometer toch wel fameus veel energie vroeg om te bedwingen. Ik nam me voor om de bus die een kwartier later zou terugkeren van zijn route op te wachten aan de halte. Ik wist niet hoe ik me anders de 2 uur had beziggehouden tot de volgende bus.

Ik nam plaats op het bankje en al gauw kwam de bus aanzetten.Terug door dat donkere bos, was ik algauw terug bij af in Libramont. Ik vulde mijn laatste regeltje in en stapte op de trein richting Brussel. Het vertrouwde tafereel deed zich terug voor in Namen, waar de mensen met kluiten, of dat denken ze althans toch, terug de coupe kwamen inpalmen. Intussen heb ik gemerkt dat de nieuwste app van de NMBS bij teveel druk, plots niet meer kan aangeven hoe druk een trein in werkelijkheid is. De druktebarometer ging van “groen” naar “onbekend”. Terwijl laten we eerlijk zijn, het niveau toen al de rode zone begon te naderen. Technologie is leuk maar je moet ze kunnen en willen gebruiken …

In Brussel stapte ik over op de trein richting Oostende en hier was het euvel met de kleurencodes wel in gebruik. Als ik rond me keek, denk ik wel dat de kleur “groen” was een goede benadering was. Het doet me er trouwens aan denken dat ik ook zag hoe een trein met meer dan een uur vertraging aankomend in Brussel werd omgetoverd tot een ander treinnummer die miraculeus slechts 5 minuten vertraging had. It’s in the eye of the beholder.

Uiteindelijk na het verplichte nummertje rond de kerktoren van Lichtervelde, was ik terug thuis. Ik stapte in mijn vertrouwde auto en hiermee sloot ik een reeks uitstappen af die alhoewel een cadeau, allesbehalve een cadeau was voor mijn zenuwen.

Wat ik al wist is nu bevestigd. De trein is niet echt een ontspannen manier van reizen en daar deed deze gesubsidieerde promotie-stunt niets aan, in tegenstellling zelfs. De NMBS is erin geslaagd om elke rit wel een of andere vertraging of andere euvel op te harken langs de weg om nog maar te zwijgen van de ongelofelijke precisie waarmee treinen (niet) op elkaar aansluiten, soms net geen uur tussen.

En We are GO!

Het heeft even op zich laten wachten maar uiteindelijk dan toch kunnen vertrekken.

Ik stap in mijn auto een stuk na 19u.

Om 19:28 check ik in in de Lunch-Garden, om de reis met een volle maag te beginnen. Na wat vragen en hervragen is het me gelukt om mijn verjaardagscadeau te verzilveren. Niet dat het veel uitmaakt op de prijs van een Vol-au-vent, maar elke euro heeft zijn waarde.

Na een klein halfuurtje was ik al op de A11, op weg naar Antwerpen.

Om 21:36 – toch handig zo’n tracker – nam ik de afrit naar Brecht, what’s in a name… De DATS24 ligt op mijn weg vandaar.
Omdat de benzineprijs enkel in stijgende lijn gaan tankte ik mijn auto vol voordat ik de grens met Nederland (duurste in de rij) zou bereiken.

Het eerste stuk Nederland verliep vlekkeloos. Snelwegen zover het oog reikt, maar dan … voorbij ‘s Hertogenbosch liep die snelweg ten einde en reed ik op een provinciale weg. Niet het beste idee dacht ik dan. Zo’n 50 km acceleren en afremmen tot ik terug op de snelweg zat richting Arnhem, met stoplichten, wisselende snelheden en dergelijke.

Dan alsof het lot me tartte… deed mijn GPS app bizar. Ik had het plan om in Oldenzaal een pauze in te lassen, maar dan moet ik natuurlijjk wel weten waar ik zit en waarheen ik moet rijden en dat wou mijn GPS me niet langer vertellen. Mijn auto stond haaks op de kaart en dan is rechtdoor rijden wat lastig, ook schoof de kaart niet meer. Dat Slovaaks bedrijf eens een mailtje sturen!

Ik nam de afrit en toen ik overgeschakelde op het vertrouwde Waze, zag ik dat ik niet ver uit koers was geraakt. Ik was een paar kilometer voor de grens gestrand. Ik deed even een sanitaire stop en at een koekje en begon toen mijn intocht in Duitsland.

Via Osnabruck zag ik de wegwijzers naar Bremen en Hamburg.

Mijn benzinemeter liep terug en ik nam me voor om in een grootstad me in te slaan. Dus van de snelweg in Bremen.
Na wat zoekwerk reed ik om 2:58 de benzinepomp in en goot de Smurfenmobiel vol met de gele nectar.
Daarna reed ik een stuk verder en vond een rustig plekje om even mijn ogen te sluten voor een half uurtje.

Nu en dan vlamde een of andere gek voorbij. Maar dat waren er gelukkig niet al te veel. Ik deed mijn ogen terug open en kroop terug achter het stuur. Al snel was ik terug op de snelweg.

Om 4u30 doemde Hamburg op. Er waren werken rond de haven de passage verliep een stuk langzamer dan gepland.
De machtige havenkranen in het ochtendgloren brachten soelaas. Wat een zicht …
Daarna een tunnel en ik was aan de andere kant van de Elbe. Dan was het zicht al wat minder, al waren de werken wel voorbij en kon ik terug aan mijn gezapige gemiddelde van 110 kmh verder snorren.

Na de drukte van Hamburg achter me te laten kronkelde de weg door het Sleeswijk-Holsteinste landschap, “Das Echten Norden” zoals dat met grote borden is aangegeven.

Ik reed nog eenmaal van de snelweg in Duitsland. Net voor de grens in Flensburg haalde ik wat extra benzine en een koffie. Een of andere lifter vroeg of hij mee kon. Dat kan niet, daarna vroeg hij het opnieuw toen ik mijn koffie dronk. Schijnbaar was hij niet zo helder meer van geest of gewoon radeloos.