On the road …

Toen ik *eindelijk* was geland in Charleroi, hoopte ik op een spoedige thuiskomst. Wel … naar Waalse normen, was mijn aankomstuur best nog aanvaardbaar.

Toen alle bagage in de bus zat. Die weeral een halve euro was opgeslagen (nu moest ik al € 2,50 ophoesten). En een “Airport Direct” kun je het echt niet meer noemen. Na het verlaten van de terminal ben je zo goed als op de snelweg. Die nam bus A echter niet … nee, nog even passeren langs het industrieterrein, met verbaasde arbeiders in een wachthokje tot gevolg. Na wat rond te toeren in de ambachtelijke zone van Charleroi, kwam dan de vertrouwde skyline van Charleroi in het oog. En zeggen dat bus A vroeger WEL de snelweg gebruikte. Al is dat gezien de rijstijl van de chaufeurs nu niet echt een voordeel.

Nu hopelijk een goeie aansluiting met de trein. OK, een half uurtje wachten is normaal, voor hen althans. Eigenlijk bizar dat dergelijke luchthavenactiviteit geen betere aansluitingen afdwingt…

Op de trein liep het al niet veel vlotter. De trein had maar liefst 28 minuten, omwille van “spelende kinderen” nabij Nijvel. Was de vorige keer ook, meen ik mij te herinneren. De boodschap was traag rijden, toch stond ons rijtuig een goed kwartier stil. Met de hondenbrigade in het veld als enige afleiding. Oh, ik had een gesprekspartner gevonden in een Vietnamese studente die in Antwerpen studeerde. Ik probeerde haar het culturele aanbod in Vlaanderen wat uit te leggen, maar het liep niet van een leien dakje.

In Brussel was het wachten op een trein die ik dus net gemist had. Dan maar op de IR via Aalst. Intussen zie ik nog wat… Een goeie aansluiting was wel verzekerd in Gent. Nog geen 10 minuutjes later zat ik al in een zetel die me naar Brugge zou brengen.

Aangekomen in Brugge kon ik gelukkig rekenen op een prima taxi-service. Merci pa! Een bordje soep achterover gekapt en een stuutje achter de kiezen gewerkt kon ik onder de wol kruipen.

Ik stuurde de herberg in Ennis een mail dat ik er aankwam. Ik gaf mezelf een week om alle paperassen in orde te brengen die dit met zich meebracht. Kreeg snel antwoord van de herberg, dus ik wist dat ik welkom was. Wat een opluchting 🙂

Ik diende mijn U2 in, om mijn werkloosheidspremie mee te nemen naar het buitenland. Ik kreeg nog wat goeie raad om ter plaatse binnen de 7 dagen me in te schrijven in de lokale instelling verantwoordelijk voor de werkloosheidsuitkeringen. Na 3 dagen kreeg ik een verlossend telefoontje … mijn formulier lag klaar. Het was de ideale dag, woensdag is uitgerekend de dag dat ik mezelf dienstbaar opstel in de Oxfam Solidariteitswinkel in Brugge, een boogscheut van de RVA-kantoren verwijderd. Na mijn papier op te halen, kon ik meteen doorrijden naar Oxfam. Nog steeds probeerden enkele collega’s me ervan te weerhouden om te vertrekken.

Het kon niet baten … ik had intussen al mijn tickets geboekt. Ik besloot om eens niet van de grond te gaan … maar via trein en ferry het groene eiland te betreden.

Het plan was:

  1. de Eurolines bus vanuit Brugge naar Dover om 15u vrijdag 8 oktober.
  2. een taxi nemen naar het station van Dover.
  3. de hogesnelheidstrein naar London. (212 km/h is inderdaad wel behoorlijk snel …)
  4. een kleine wandeling naar het nabijgelegen station voor de aansluiting.
  5. een trein naar Crewe, Chester en dan Holyhead.
  6. de boot op naar Dublin.
  7. de bus op naar het station van Dublin.
  8. de trein naar Limerick en dan aankomen in Ennis om 10u zaterdag de 9de.

De uitvoering leek wat moeilijker …
De bus had wat vertraging, geen nood er is altijd wat ruimte op de overtocht.
Toen de bus echter op de Eurotunnel terminal aankwam bleek dat de bus voor ons een illegale passagier vervoerde. Onder de motorkap nog wel … We waren dus gedoemd om vertraging op te lopen. Gelukkig was de Franse politie nog in staat de paspoortcontrole uit te voeren, bij deze fieldday. Ik schoof aan met mijn kaartje die maar liefst 5 keer mijn foto bevat. Namaak leek me bijna onmogelijk. Toch was ik de enige die na een wel erg grondige studie me even op het bankje mocht zetten. Toen iedereen was gepasseerd, mocht ik ook gaan. We hadden helaas ons timeslot gemist. Halfuurtje later was de bus dan toch geparkeerd op de trein. Toen we uit de terminal van Folkestone reden tikte de tijd weg. Tijdens de rit naar Dover Port kwam de bus voorbij het kruispunt die me naar het station zou leiden. Omdat het bij het aan boord gaan er erg chaotisch aan toe ging, heb ik me beperkt tot “Dover” en niet “Dover Priory Station” als bestemming opgegeven aan de chaufeur. Hij zette mij dus netjes af aan de ferryterminal. Ik stapte binnen en bestelde een drankje om mijn zenuwen wat te kalmeren. Gelukkig bood de keten gratis wifi aan. Snel een mail sturen dus naar de Ierse en Engelse treinbedrijven om mijn tickets terug te vorderen. Een nieuw ticket geboekt voor de volgende morgen. Eigenlijk kwam dit ticket beter uit … ik moest slechts 1 keer overstappen … in London, in plaats van 3. Ook het feit dat ik iets kon zien van het landschap was mooi meegenomen.

Ik nam de bus naar het station en de vriendelijke buschauffeur toonde me waar de meeste B&B te vinden waren. Ik liep naar een huis met zicht op het station en vroeg een kamer. De eigenares was eerlijk genoeg om te zeggen dat ik een 2-persoonskamer moest betrekken er een dus een meerprijs zou gerekend worden, ze liet me zelfs vrij om nog wat rond te kijken. Ik ging hier niet op in en sleurde mijn koffers het stijle trapje op. Ik moest goed slapen, want de volgende morgen moest ik voor 7 uur op de trein naar London zien te raken.

De volgende morgen erg vroeg uit de veren en de HST op naar London. Verbazend snel en luxeus op weg naar de grootstad. Een ochtendwandeling van een goeie halve kilometer in London. Een half uurtje wachten, ideaal voor mijn ontbijt en dan terug op een rechtstreekse Virgin trein. Ik stelde vast dat ik de verkeerde zetel had geboekt. Een stille coupe was leuk, maar een tafeltje met stopcontact had nog leuker geweest. Next time! Na de grote stations te zijn gepasseerd nam de trein wat gas terug. Letterlijk zelfs wat het schakelde over van stroom naar diesel in Crewe. In Wales had ik dus een rookpluim op mijn foto’s weg te werken … Maar het was het ruim waard. De treinrit was adembenemend. In de haven aangekomen, mijn laatste ponden uit mijn portefeuille gehaald en in mijn buik gestoken. Een broodje kon er altijd wel in na 8 uur sporen.
De boot op en 3 uur later kwamen we in de Liffey terecht. Dublin’s industrie zag er niet erg uitnodigend uit, maar ik wist beter. Op de bus stelde ik vast dat dit ritje niet inbegrepen zat in mijn ticket van £ 30. Even moeten zoeken naar de € 2,50 maar ik kon met iemand een briefje van 5 delen. Aangekomen in Dublin Busarás moest ik mijn rit naar Ennis nog zien te verzilveren. Er was binnen 10 minuten een bus naar Limerick, ik had dus niet zoveel tijd te verliezen. De chauffeur wist me te vertellen dat er een mogelijkheid was via de Shannon luchthaven. Ik nam het risico en begon de 4 uur durende rit naar de dichtbijzijnde stad. Aangekomen om 22u, was er tijd voor mijn Ierse pint. Ik was een tijdje het gespreksonderwerp door mijn uit de kluiten gewassen koffer. “You’re moving in, lad?” was de vraag van een van de tooghangers. Ik begon mijn verhaal dat ik in Ennis wou geraken die nacht, maar verloor zijn vertroebelde aandacht al halverwege het verhaal. Na mijn bier(tje) nog een wandelingetje om mijn benen te strekken en dan aan de bushalte op mijn bus wachten die me om 23u naar de luchthaven zou brengen. Mooi op tijd en de chauffeur verzekerde me dat er aansluiting wachtte op de tarmac om middernacht. Inderdaad, er stond een bus te wachten met het verlossende opschrift “ENNIS / INIS”. Ik had maar 5 minuten, dus de plaspauze moest ik kort houden. De chauffeur was klaarblijkelijk blij met z’n laatste rit en duwde het gaspedaal net iets dieper in.

Iets voor 1u stond ik daar dan … in Ennis. Ik nam mijn PDA ter hand en stelde vast dat ik nog een goeie km te voet verder moest. In het begin leek alles stil maar toen ik de hoofdstraat indraaide mocht ik me behendig manoeuvreren tussen de dronken mannen en schaars geklede dames. Toen ik de drukke uitgaansbuurt was uitgelopen doemde een groot, vaal geel geschilderd gebouw op. Dit moest de herberg zijn … Ik had het gehaald! Ik belde aan om door de hek te raken. Niet direct antwoord. Ik riep de hulp in van enkele “blokes” die een drankje aan het nuttigen waren op de bank voor de voordeur. Eén van hen bleek personeel te zijn, dus ik kon me meteen inchecken. Great! Kreeg een bed toegewezen, vroeg nog even naar de eerste taken, die er gelukkig niet waren, en met mijn sleutelkaart in mijn handen sleepte ik mijn bagage de laatste meters de trap op. Ik zette al mijn apparaten onder stroom en legde me toen op mijn bed. Even later was ik al in dromenland.

Hoe het verder gaat? Dat hoor je de volgende keer 🙂

De grote boot

Omdat ik veel bagage moest meenemen naar York. Had ik mijn ouders gevraagd om me te voeren naar de ferryhaven van Zeebrugge.

Vandaag was het dan het moment. Ik heb mijn vader wat moeten helpen om de weg te vinden, het is dan ook niet echt voorzien op bezoekers.

Mijn vader parkeerde de auto in de buurt en mijn ouders hielpen dragen: mijn tent, mijn rugzak en mijn picknick zak. Misschien beetje overkill.

Ik liep de terminal binnen en liet mijn bagage aan de stoeltjes staan. Intussen checkte ik in. Had ik niet alles in een zak willen steken dan had ik nu al mijn tent in het vrachtruim kunnen steken.

Nadat ik mijn ouders had bedacht voor de hulp liep ik door de bewakingspost. Mijn moeder vroeg nog waar ze me moest ophalen binnen een week. “Zelfde plaats”, riep ik nog na.

Ik liep door en bestelde nog een koffie bij de cafetaria. Mijn bagage trok de aandacht en zo had ik een gesprek met enkele medereizigers. Het plan van gratis bier stond hun wel aan. Ik ging er niet meer tegen in.

Een halfuur voor vertrek, liep ik naar de ticketcontrole. Om geen wantrouwen te wekken, deed ik netjes de zigzag die was gespannen als wachrij.

Verder was het dan tijd voor de paspoort controle. De agent had gevoel voor humor toen hij antwoordde op mijn vraag welke richting ik uit moest met “gewoon de pijltjes volgen tot de boot. Er is maar een…”

Ik liep verder en kwam op de loopbrug terecht waar ik werd begroet door een, vermoedelijk, Vietnamese bemanning.

Ik kreeg aanwijzingen om naar een kastje te gaan waar een purser sleutels uitdeelde. Met mijn boardingkaart liep ik naar de man. Hij overhandigde mijn sleutel.

Ik liep de kajuitenzone in en helemaal achteraan was mijn kajuit.

Ik dropte mijn spullen in een hoekje van de kamer.

Ik inspecteerde de kajuit om te zien wat de prijs/kwaliteit was.

De badkamer was wat benepen. Tussen de wc en de douche kraan was een gordijn.

Verder merkte ik dat de wc niet doorspoelde… Voor ik het ding gebruikte.

Ik ging eerst langs bij het wisselkantoor. Eens vragen of ze mijn oude ponden die ik van mijn moeder kreeg kon inwisselen. Nee, zei de dame, maar ze worden wel aanvaard als betaalmiddel aan boord. Overal waar ik kwam gaf ik dus oude briefjes.

Daarna nam ik mijn e-book en ging terug op stap.

In de gang hing een plan, dat je wel nodig had om niet te verdwalen.

Ik stopte even aan de klantendienst om het euvel met het toilet te melden. Ze zouden gaan kijken.

Er waren twee bars. Een met een disco theme en de andere met een loungy sfeer met piano en zang.

Ik nestelde me op een bank in die laatste en bestelde een Guinness om mijn e-boek te verorberen.

De artieste speelde op verzoek, maar er waren toch wat gekende nummers die niet kon. Ik had geen “Great Expectations”…

Toen de scheepsklok 11u sloeg, vertrok naar mijn bed.

Intussen was de wc hersteld.

De weg kwijt

Ik had mijn wekker gezet zodat ik op tijd kon douchen en voor de grote vloot een koffie kon drinken.

Om 7u werd de nieuwe dag aangekondigd door de luidsprekers in de gang. Intussen was ik al aangekleed.

Het was nog donker toen ik de bar betrad. Ik bestelde een koffie. Ik zag buiten dat we al op de Humber voeren richting Kingston-upon-Hull (kortweg Hull). De lichtjes van de industrie in de verte was een mooi zicht.

Ik had nog een paar oude bankbiljetten over en vroeg aan de barrista of ik ze bij hem kon inwisselen. Een beetje gewrongen vertelde me dat dat niet kon. Ik ging terug naar mijn plaats en las verder in mijn boek.

We naderden de dokken en ik zag het andere schip al liggen,die op Rotterdam voer.

Uit mijn studie vooraf wist ik dat mijn ferry uit Zeebrugge in een ander dok aanlegde.

Wat ik niet wist was dat de doorgang naar dat dok erg smal was.

Dat kleine rode bootje dat achteraan het schip hing trok het schip recht zodat het tussen het dok pastte. Best wel een krachtpatserke. Aan beide zijden was er een goeie decimeter over. Van precisie gesproken.

Ik had intussen een mailtje en een SMS gestuurd naar David om te laten weten dat ik er bijna was.

Zoals gewoonlijk kreeg ik geen antwoord. Al ben ik het intussen al gewoon, het gaf me weinig vertrouwen.

Toen de melding over de intercom kwam om uit te schepen en ik klaar stond om alle bagage mee te nemen, riep de barrista me. Hij vertelde me dat het nu wel kon om geld te wisselen. Daarnet was het wat moeilijker toen zijn overste erbij stond. “Hoeveel heb je bij je?” “zo’n £30” zei ik. “No problem”. Na een minuutje haalde hij splinternieuwe briefjes uit zijn kassa en was alweer een probleem opgelost.

Ik nam alle materiaal mee en begaf me naar buiten, er stond een stevige wind toen ik van boord stapte. Nog even snel door de douane en we staan in Engeland. Ik liep verder en was blij toen David me opwachtte in de aankomsthal. Hij was wat zenuwachtig omdat hij eerst aan de verkeerde terminal stond. Ik stelde hem gerust dat ik wel even had gewacht.

Op zoek naar de renbaan

Hij laadde alle bagage in zijn auto en stapte in. Ik hielp wat kijken om de weg te vinden uit de haven en voor we het wisten waren we op de grote weg naar York. Hij stelde voor om onderweg ergens te stoppen voor een ontbijt dat ik geen slecht idee vond, daar ik enkel koffie achter de kiezen had. Helaas bleef hij doorrijden.

Toen we bij de stadsmuren van York waren parkeerde hij eindelijk zijn auto op een peperdure parking naast een Wetherspoons. We gingen binnen en even later stond er een English breakfast voor mijn neus. Met all-you-can-drink koffie. Ik heb alle variaties geprobeerd.

Daarna stapten we terug in en gingen op zoek naar de Racecourse. Die zoals gewoonlijk weer onvindbaar bleek voor David. Zou een GPS helpen? Ik had niet veel zin om tegen zijn onwrikbaar gevoel in te gaan. Al zagen we wel de grote tent, waar was die ingang! Na 3 keer door de stad te hebben gereden, vroeg ik hem om onder de 30mph grens te blijven en plots kwam ik een pijltje op het spoor. Die ons de juiste richting in stuurde.

David reed langzaam over de met planken bezette renbaankruising. We kwamen aan een checkpoint. David zwaaide even de security liet ons binnen. Daarna zette hij de auto op de parking.

We namen onze tenten uit de koffer en droegen ze naar het kampeerterrein. Ik gooide alles open en zette mijn grondzeil. Daarna kieperde ik alles in mijn tent. Dan hees ik het buitenzeil over de tent. Toen ik de haringen in de grond wou kloppen, leende ik de hamer van David. Omdat de wind recht in mijn tent blies, was ik in de onmogelijk om mijn ingangskoepeltje te maken. Ik liet het dan maar zo. Intussen had David zijn tent ook geïnstalleerd. Maar wat hij er mee wou doen weet ik niet. Hij zou in zijn auto slapen zei hij me.

We liepen de tent in om eens de sfeer op te snuiven. Veel was er nog niet te beleven.

Ik hielp mee met stoelen zetten, maar voelde dat iedereen op elkaar was ingespeeld. Toen David vroeg of ik wou helpen aan het opblinken van de koperen tapkranen liet ik dan ook de set-up team voor bekeken. Ik nam een vod en wat koperpoets en begon te schuren. Sommige vlekken leken er al een jaar op te zitten. Iemand kwam met een andere stof waarmee het allemaal wat vlotter liep, al was het maar een beetje. We waren met een groepje van vier. Ik was niet echt tevreden met mijn resultaat, maar we hadden vooral plezier. Toen we bijna aan het eind van de rij waren. Moest er worden getapt voor de smaakproef. De regel was wie tapt, mag niet meedoen aan de blinde test. Wat ook logisch was, omdat je wist welk nummer met welk bier correspondeerde. Ik kreeg een lijst van de bieren en een hele stapel lege melkkannen. (Van die witte plastic flacons van 4 pints met een handvat aan). Tot daar de theorie. De praktijk ging stukken moeilijker… Ten eerste waren bijlange niet alle bieren al tapklaar. Ieder had een andere werkwijze, wat het ook niet gemakkelijker maakte. En dan had je nog die stapel flessen die al snel uitgeput waren. Uiteindelijk waren er zich enkelen die zich ontfermden over het klaarmaken en afsluiten van de flessen en belangrijk in juiste volgorde zetten. Zodat ik me enkel nog moest bezighouden met het juiste bier in de juiste nummer te krijgen. Wat de nodige concentratie vereiste. Veel brouwerijen leverden enkele bieren en net die die op lijst stond was uiteraard nog niet klaar. Ik heb vele keren die taak vervloekt.

Nadat alle bieren waren ingeblikt. Ging ik naar de medewerkersruimte. Een vat was beschikbaar voor de vrijwilligers. Terwijl ik het glas aan mijn lippen zette, raakte ik in gesprek met enkele van mijn collega’s. We spraken onder andere over de bier proeverij en dat ik dat nog nooit had meegemaakt. Ze vroegen zich af waarom ik gewoon niet aanschoof. Tenslotte kende ik het bier toch niet, zodus was er weinig sprake van bevooroordeling.

Ik nam mijn glas en begaf me naar de tent. Ik schoof aan aan de tafel van David. Ik werd met open armen ontvangen. Maar eerst … Werk inhalen. Ik was een ronde achter. Dus moest ik in een relatief hoog tempo inschatten hoe bier 1 tot 6 van die categorie rook, eruitzag en smaakte. In de smaak welke smaken ik gewaar werd en ten slot wat de nasmaak vrijgaf. Maar bovenal hoe hoog ik het bier inschatte. Daarna werden alle scores op een gezamenlijke fiche geschreven en werden totalen opgesteld. Welk bier behaalde de hoogste score. Daarna kon ik meedoen met de groep. Nog een reeks van 6 bieren proeven. Intussentijd kwam onze fiche terug. We hadden een gelijkstand en dat mocht niet … Herproeven dan maar … Hoe een bierproever leiden kan.

Voor de leek: bij een bierproeverij krijgt iedere proever een paar slokken bier in zijn glas gegoten. De bedoeling is om in één slok het bier te analyseren. Lukt dat niet dan is er nog een tweede slok om dat goed te maken.En wat gebeurt er dan met het restje in het glas hoor ik u denken… wel, dat gaat onherroepelijk in de slough-bucket. Een emmer met de restjes. Tenslotte is het wel de bedoeling dat men de bieren kan beoordelen.

Na een uur of 2 had elke tafel (en dat waren toch er al zo’n 8) elk een half emmertje vol. En nee, ook met de restjes zijn we spaarzaam. Vooraleer we de regenwormen erg blij gaan maken, moet eerst alles opgemeten worden. De inhoud van de emmers wordt genoteerd als “verlies” en dan pas wordt de inhoud over het grasveld verdeeld. Hadden we dat maar niet gedaan … want het heeft de daarop volgende dagen de hele tijd geregend. Wel zag je waar de bodem was gevoed, want daar groeide het gras net iets vlotter.

Tijdens de laatste ronde werden er plannen gemaakt. We vroegen een van de locals om advies om een hapje te eten. Hij voerde ons naar een hamburgertentje van een keten die vooral in Zuid-Engeland snel in opmars was: Five Guys. Voor we binnenstapten keek ik naar de York Minster waar we naast stonden geparkeerd. ‘s Nachts zag ze er grandieus uit. Maar nu naar binnen want mijn maag knort. De zaak had een minimalistisch design: witte muren met rood/witte blokken op de toonbank, veel metalen elementen.  Kortom typisch een American Diner. Wat uniek was was er op de menukaart geen hamburgers stonden maar een hele reeks ingrediënten. Het was voor mij dus een heel karwei om mijn hamburger samen te stellen. Gelukkig was de drank wel in één geheel uit een self-service automaat te halen. Nadat ik met mijn lege beker naar de drankautomaat liep en snapte hoe het ding functioneerde, vulde ik mijn beker. Nadien wou ik nog wat ijsblokjes eraan toevoegen. Helaas had ik niet gerekend op de kracht waarmee de blokjes naar beneden schoten. Ik verloor de grip op de beker en een pint cola schoot naar beneden. Ik kon nog net op tijd wegspringen terwijl een pint naar beneden gutste. Er lag wel een mat maar die kon die hoeveelheid natuurlijk niet aan en ik veroorzaakte een mini-tsunami. Nadat ik me duizendmaal had ge-excuseerd aan één van die vijf guys die met de dweil al in de weer was en die mat naar buiten sleepte. Ik deed opnieuw een poging en deze keer deed ik mijn glas maar half zo vol. Intussen waren de paar dienborden op tafel beland. Ik wou net een hap nemen uit mijn hamburger toen de local me tegenhield. Had jij geen bacon gevraagd? -Ja -Dan is deze van jou. We wisselden onze hamburgers. Het is natuurlijk moeilijk om ze uit elkaar te houden, als er enkel een bestelnummer bij de bestelling zit. Ik was dus niet nummertje 1 maar nummer 3. Geen kwaad was geschied. De hamburger was inderdaad overheerlijk. Ik nam enkele chili-frietjes maar bleef wijselijk bij mijn potato wedges. Intussen stal ik enkele chips bij David. Kwestie van de vergelijking te kunnen maken… Nadat ik 2 pint cola ophad, was een toilet uiteraard handig. Ik zocht overal maar kon geen vinden, tot ik een trap zag. In de veel minder verlichte ruimtes van het gebouw, zag ik een hoek een deur met een pictogram op. De volgende momenten zijn onbeschrijfelijk. Ik ging terug naar beneden en intussen waren mijn maten al klaar om te vertrekken. We liepen de deur uit en de uitbater volgde ons en sloot de deur achter ons. We werden letterlijk uit de zaak geveegd.

Er was nog tijd voor een biertje, dus volgde ik de local die ons naar een pub begeleidde. Aan de bar was het druk en het duurde dan ook een hele tijd eer we bediend werden. Ik had een bier in gedachten maar het vat was af. Dan maar een andere vinden, de barman was niet zo geduldig en ging naar een andere klant. Toen ik opnieuw wou bestellen moest ik dan ook weeral een tijdje wachten. Deze keer wou ik iets speciaals proberen. Het werd afgeraden door de local, maar ik wou het wel eens proberen. Ik bestelde het bier, maar het leek niet getapt te worden. Na een vijftal minuten vroeg ik het nog eens. Het bier bleek echter wel getapt te zijn, en was op de toonbank tussen de klanten in gezet, en had intussen al wat van zijn imago verloren. We vonden een tafeltje en ik zette het bier voor me. Ik proefde van het bier en het smaakte inderdaad speciaal. Niet iets wat ik normaal rap zou drinken. Mijn vrienden raadden me aan om het bier te laten staan, maar iets hield me daar in tegen. De volgende zou beter zijn! Ik ging terug naar de bar en bestelde de volgende ronde. Toen ik mijn lippen aan mijn glas zette bleek dat ik het

En wat gebeurt er dan met het restje in het glas hoor ik u denken… wel, dat gaat onherroepelijk in de slough-bucket. Een emmer met de restjes. Tenslotte is het wel de bedoeling dat men de bieren kan beoordelen.
Na een uur of 2 had elke tafel (en dat waren toch er al zo’n 8) elk een half emmertje vol. En nee, ook met de restjes zijn we spaarzaam. Vooraleer we de regenwormen erg blij gaan maken, moet eerst alles opgemeten worden. De inhoud van de emmers wordt genoteerd als “verlies” en dan pas wordt de inhoud over het grasveld verdeeld. Hadden we dat maar niet gedaan … want het heeft de daarop volgende dagen de hele tijd geregend. Wel zag je waar de bodem was gevoed, want daar groeide het gras net iets vlotter.

Tijdens de laatste ronde werden er plannen gemaakt. We vroegen een van de locals om advies om een hapje te eten. We waren zo snel weg dat ik vergat om mijn geld mee te nemen. Ik zal wel voorschieten zei de man. Hij voerde ons naar een hamburgertentje van een keten die vooral in Zuid-Engeland snel in opmars was: Five Guys. Voor we binnenstapten keek ik naar de York Minster waar we naast stonden geparkeerd. ‘s Nachts zag ze er grandieus uit. Maar nu naar binnen want mijn maag knort. De zaak had een minimalistisch design: witte muren met rood/witte blokken op de toonbank, veel metalen elementen.  Kortom typisch een American Diner. Wat uniek was was er op de menukaart geen hamburgers stonden maar een hele reeks ingrediënten. Het was voor mij dus een heel karwei om mijn hamburger samen te stellen. Gelukkig was de drank wel in één geheel uit een self-service automaat te halen. Nadat ik met mijn lege beker naar de drankautomaat liep en snapte hoe het ding functioneerde, vulde ik mijn beker. Nadien wou ik nog wat ijsblokjes eraan toevoegen. Helaas had ik niet gerekend op de kracht waarmee de blokjes naar beneden schoten. Ik verloor de grip op de beker en een pint cola schoot naar beneden. Ik kon nog net op tijd wegspringen terwijl een pint naar beneden gutste. Er lag wel een mat maar die kon die hoeveelheid natuurlijk niet aan en ik veroorzaakte een mini-tsunami. Nadat ik me duizendmaal had ge-excuseerd aan één van die vijf guys die met de dweil al in de weer was en die mat naar buiten sleepte. Ik deed opnieuw een poging en deze keer deed ik mijn glas maar half zo vol. Intussen waren de paar dienborden op tafel beland. Ik wou net een hap nemen uit mijn hamburger toen de local me tegenhield. Had jij geen bacon gevraagd? -Ja -Dan is deze van jou. We wisselden onze hamburgers. Het is natuurlijk moeilijk om ze uit elkaar te houden, als er enkel een bestelnummer bij de bestelling zit. Ik was dus niet nummertje 1 maar nummer 3. Geen kwaad was geschied. De hamburger was inderdaad overheerlijk. Ik nam enkele chili-frietjes maar bleef wijselijk bij mijn potato wedges. Intussen stal ik enkele chips bij David. Kwestie van de vergelijking te kunnen maken… Nadat ik 2 pint cola ophad, was een toilet uiteraard handig. Ik zocht overal maar kon geen vinden, tot ik een trap zag. In de veel minder verlichte ruimtes van het gebouw, zag ik een hoek een deur met een pictogram op. De volgende momenten zijn onbeschrijfelijk. Ik ging terug naar beneden en intussen waren mijn maten al klaar om te vertrekken. We liepen de deur uit en de uitbater volgde ons en sloot de deur achter ons. We werden letterlijk uit de zaak geveegd.

Er was nog tijd voor een biertje, dus volgde ik de local die ons naar een pub begeleidde. Aan de bar was het druk en het duurde dan ook een hele tijd eer we bediend werden. Ik had een bier in gedachten maar het vat was af. Dan maar een andere vinden, de barman was niet zo geduldig en ging naar een andere klant. Toen ik opnieuw wou bestellen moest ik dan ook weeral een tijdje wachten. Deze keer wou ik iets speciaals proberen. Het werd afgeraden door de local, maar ik wou het wel eens proberen. Ik bestelde het bier, maar het leek niet getapt te worden. Na een vijftal minuten vroeg ik het nog eens. Het bier bleek echter wel getapt te zijn, en was op de toonbank tussen de klanten in gezet, en had intussen al wat van zijn imago verloren. We vonden een tafeltje en ik zette het bier voor me. Ik proefde van het bier en het smaakte inderdaad speciaal. Niet iets wat ik normaal rap zou drinken. Mijn vrienden raadden me aan om het bier te laten staan, maar iets hield me daar in tegen. De volgende zou beter zijn! Ik ging terug naar de bar en bestelde de volgende ronde. Toen ik mijn lippen aan mijn glas zette bleek dat ik het verkeerde bier had. Nu, dat bier smaakte beter dan dat van de local waarvoor het bedoeld was, en kwamen overeen om het zo te laten. Na deze avond van misverstanden gingen we terug naar de auto.

Terug in het “tentenkamp” nam ik mijn materiaal uit de auto van David en liep richting mijn tent. Het was al behoorlijk koud geworden. Ik kroop in mijn slaapzak en probeerde wat op te warmen. Ik veranderde mijn kleren in de tent. Toen ik na een half uurtje nog een sanitaire pauze moest inlassen, liep ik al klappertandend naar de sanitaire blok. Gelukkig was het hier een paar graden warmer.

Op een eiland

Na een koude nacht stond ik op. Ik kleedde me aan in mijn slaapzak om geen warmte te verliezen. Ik liep nog half slapend naar de sanitaire blok. Ook al was het er maar enkele graden warmer, het voelde goed aan. Ik waste me en duwde mijn handen extra lang onder de droger.

Ik besloot om op zoek te gaan naar ontbijt. Ik liep naar de poort, waar ik een security-man uit zijn zetel moest halen. Het hek schoof tergend traag open. Ik haalde mijn GSM uit om op mijn kaart te kijken waar er een bakkerij stond aangegeven. Erg veel was er niet. Een bakkerij kon ik ontwaren uit de POI’s in radius van een goeie kilometer. Met mijn muts diep over mijn oren en mijn sjaal twee keer rond mijn nek liep ik de straat in. Ik liep de bakkerij in en bestelde een warm broodje met ontbijt garnering. Typisch Engels kregen ze daar een gebakken ei, bacon en zelfs een tomaat tussen. Omdat mijnheer geen koffie had, nam ik maar een cola mee. Bevat ook cafeïne.

Ik nam mijn bestelling mee en liep terug naar de camping. Voor ik mezelf weer opsloot zette ik me neer op een bank naast het park. Ik nam het broodje uit de verpakking, die al half doorzichtig was geworden. Het smaakte wel, al kon ik amper alles bij elkaar houden. De cola was koud, maar de kick kwam er wel.

Nadat ik alles in een vuilnisbak had gepropt, erg veel komen ze die duidelijk niet legen, liep ik terug naar de omheining. Ik kwam een vrouw tegen met een golden retriever die duidelijk ook binnen wou. Omdat er geen bel was en de post aan de andere kant van het hek lag, probeerde we beiden zijn aandacht te trekken. Na een paar minuten hadden we in ons opzet geslaagd. De poort hing nu terug krakend en piepend open. Ik wurmde me er tussen en liep terug naar mijn tentje.

Ik nam mijn e-book mee en liep de lege evenementen tent in. Ik keek rond en besliste een kijkje te nemen in de medewerkersruimte. Ik zette me op een plooistoel. Wat ongemakkelijk klapte ik mijn e-reader open en begon mijn boek te lezen. Na een half uurtje kwam iemand de zaal binnen. Het was de man die ons gisteren York by Night (Althans het betere eten en drinken). Hij nodigde me uit om een koffie te drinken in zijn caravan, in de warmte.

De koffie smaakte extra lekker. De man in kwestie was de barmanager van de Wijnbar. Hij was volop bezig met het plastificeren van letters van zijn kraam. Tussen al die bieren moet je natuurlijk opvallen als je wijn en mede verkoopt. Na een goed kwartier kwam David voorbij slenteren. Hij werd binnen geroepen terwijl die man nog iets moest oplossen in de zaal. Toen zaten we daar, ik met mijn koffietje en David die in zijn thee zat te soppen. Ik wilde vertrekken toen de man terug kwam. Op dat moment trok ik naar de zaal en David ging zich verfrissen.

In de zaal was er intussen wat leven gekomen. Er lag een hoop bidon van het slagveld dat beertasting werd genoemd. Het massa aan bieren ging toen in zo’n hoog tempo dat er amper tijd was om ze netjes te stapelen. En dan was er uiteraard de glazen die wel gestapeld waren maar nog moesten gewassen worden… en gedroogd. Uit verveling hielp ik wat mee met dat werkje. Ik zette de glazen in de trays en nadat ze door de wasmachine waren uitgedampt hief ik de mand naar de droger. Drie ronddraaiende glasborstels met drie haardrogers op gericht. Het gaf vooral een zalige warmte af. Ik duwde een voor een de glazen op de drogers.

Ik slaagde erin om de hoop glazen te reduceren tot netjes geplaatste manden. In het begin deed ik alles alleen maar de vaste kracht van afwas hielp me en liet hem het vervelende werk doen van de afdroogmachine. Al kwam ik af en toe mijn handen warmen. Het wassen ging sneller dan het drogen, waarmee zich een wachtrij ophoopte, met als gevolg dat er condens op de glazen kwam. Dan maar wat tijd tussen steken.

Na een goed uur was alles verdwenen in dozen en was het intussen mogelijk om in te checken. Ik schoof netjes aan en kreeg heel wat tabellen voorgeschoteld waarin ik mezelf moest terugvinden. De ene vrouw gaf me een badge, de andere de drank- en eetbonnetjes voor die dag. En de laatste was de takenlijst. Ik kreeg die dag twee taken: membership en foyer.

Na een half uurtje kletsen was het festival dan officieel begonnen.

Van Pier naar Pol

Ik ging naar de tafel waar de lidmaatschap werden afgesloten. We deelden de plaats met de tombola.

Ik kreeg een goede uiteenzetting van het formulier. Met extra aandacht voor de opties en de betaalmogelijkheden. Het systeem van IBAN en BIC was hier blijkbaar nog niet doorgekomen. Al zag ik weinig verschillen met een account number en de sorting code. Nu zal het zeker niet meer gebeuren.

Bij deze taak hoorde ook de verkoop van T-shirts en polo’s. Maar eerst moest ik ze kunnen uitstallen. De kleding was netjes opgevouwen en op maat gesorteerd. Gelukkig, want in Londen is het wel even anders. Ik stelde een inventaris op van de kledij en hing toen een stuk van elke maat en kleur op de mobiele kapstok (die lelijk in de weg stond). Er was twijfel over de prijs van T-shirts van vorig jaar. Tja, die zouden enkel gekocht worden door verzamelaars.

Transfers tot op de minuut

Vandaag reizen we met enkele bussen van Dundee naar Liverpool om daar de ferry te nemen naar Douglas op het eiland Man. Het wordt dus een drukke dag. Er was helaas geen tijd voor een ontbijt dus nam ik me voor om op een tussenstop iets achter de kiezen te steken.

Ik was erin geslaagd om via twee ritten de hele reis in een dag te laten passen. 8u vertrek, 22u aankomst, dat is een dag hé. Rechtstreeks was het niet te boeken maar “Dundee-Glasgow” was te combineren met “Glasgow-Manchester-Liverpool” en vandaar was aansluiting op de ferry naar Douglas. Ik was trots op mijn zoekwerk, het alternatief waarmee David mee afkwam was over 2 dagen en een rit om 4u ‘s ochtends met inbegrip van een taxi.

De ochtend begon nog rustig met alles in te pakken. Ik had mijn rolkoffer en hij duwde alles in een reisrugzak. Blijkbaar kon hij zijn rugzak niet dragen en moest ik helpen om het ding van de wenteltrap te krijgen. Echt simpel was dat inderdaad niet. Ik bracht de rugzak naar de taxi-wachtrij die een heel eind van de herberg was en toen moest ik nog mijn koffer gaan halen. Het had leuk geweest als David mijn koffer had vooruit getrokken, er zaten verdomd wielen onder. Maar goed, ik bracht mijn koffer en de taxi chauffeur zette alles in de koffer. Het hele handeltje was natuurlijk te groot voor de doorsnee sedan, dus nam ik de rugzak op de achterbank naast mij. Met nog maar een paar minuten speling liepen we naar het busstation. We duwden de bagage in het ruim en stapten in. Nog op adem komend, want 2 koffers mogen sleuren, plofte ik neer in de bus die ons naar Glasgow bracht. De bus was zo goed als leeg, helaas was het maar een kort eindje. Na 2 uur kwamen we aan in Glasgow.

Ik sleepte de bagage in de aankomsthal toen David vroeg waar hij geld kon afhalen. Ik bleef bij de spullen staan terwijl David zocht naar een geldautomaat. Hij nam er zijn tijd voor en daardoor raakte ik in tijdnood om nog ontbijt te vinden in een winkeltje. Uiteindelijk is het gelukt en ben terug enkele minuten respijt stapten we op de bus naar London via Manchester.

De bus was erg druk, dus ik moest me houden aan de ene stoel die me toegewezen was. Het was wat lastig met al die handbagage die ik meezeulde, maar ik slaagde erin om mijn (overpriced) sandwich op te eten en door te spoelen met mijn Dr. Pepper. We reden door het grensgebied en ik genoot van het landschap dat rond me ontvouwde. Toen we even later op Engelse bodem waren begon het Peak District zich te tonen. Als ik mag vergelijken had ik zelfs het gevoel dat het Schotse broertje net dat beetje adembenemender was. De bus nam zijn pauze op exact dezelfde plaats als alle bussen voorheen. Tenmidden van de heuvels van het Peak District. We stapten uit en ik ging voor een koffie terwijl David voor een blik bier ging. De chaufffeur die net achter ons in de rij stond waarschuwde David dat alcohol verboden is op de bus. Tegen dan is het blik op antwoordde hij en daar was ik ook van overtuigd. Ik zette me aan een tafeltje en David kwam er bijzittten en zoals steeds had hij kritiek op de chauffeur, maar mij kon het echt niet schelen. Ik dronk mijn koffie op en at mijn muffin en erna genoot ik even van de ruimte die ik in de bus terug zal moeten missen. Toen zei ik aan David dat ik even naar het toilet moest en vroeg hem om op mijn spullen te letten. Tot mijn stomme verbazing kwam David een goede minuut later naast me staan in het toilet en begon een praatje. Ik keek verstomd en vroeg hem dan ook verschrikt waarom hij niet bij mijn spullen kon blijven. Ik moest ook en had alles achtergelaten. Ik haastte me terug naar mijn tafel maar gelukkig was alles er nog. Waarom had ik dat niet kunnen voorspellen?!

Nog wat gestrest kroop ik terug op mijn plaats in de bus. Gelukkig zat ik niet naast hem. David deed alsof er niets was gebeurd. Na uren onderweg, kwamen we eindelijk aan in het busstation van Manchester. We deden een korte wandeling om de benen te strekken. Toen het tijd was om weer in te stappen kon David zijn ticket niet voorleggen. Het bizarre was dat hij dit ticket al nodig heeft gehad voor het traject Glasgow-Manchester, waar Manchester-Liverpool deel van uitmaakte. Toch duurde het nog 10 minuten alvorens hij het kon tonen. De chauffeur behield zijn kalmte langer dan ik want ik zat toen al bijna aan het kookpunt.

Op de bus zaten er terug weinig mensen en dat had wel een positief effect op mijn gemoed. Een uurtje later waren we al in Liverpool. Al was het maar 500 meter lopen, David stond erop om een taxi te nemen. Maar waar staan de taxi’s. Er was wel een taxi depot maar dat zat er verdacht gesloten uit. Ik liep een restaurant binnen en vroeg of men een taxi voor mij wou reserveren. De dame belde kort en binnen 5 minuten zou er een taxi voor de deur staan. Toen ik echter buiten kwam had David al een taxi tegengehouden. Gelukkig was het van dezelfde firma dus zal wel meevallen neem ik aan. Ik stapte in en de chauffeur reed weg, echter weg van de promenade. Ik wou het me niet aantrekken, maar vroeg toch aan de chauffeur of dat de juiste richting was voor de zeehaven. Nee, zei hij verschrikt, ik rijd naar de luchthaven, ik had het zo begrepen van mijnheer. Ik kon mijn oren niet geloven… Hij was zo gul om de paar kilometers omweg niet aan te rekenen en binnen een goede 10 minuten stonden we aan de terminal. Ik sleepte de bagage naar de ingang en vond daar een rij caddies. Met wat moeite duwde ik onze bagage op een caddy. David vond dat tijdverlies, maar ik was tegen die tijd al zo goed als bekaf. Nadat ik ook wieltjes onder David zijn koffer had gekregen kon in eenvoudiger de bagage naar de incheckbalie slepen. Het was een beetje een zigzag, maar uiteindelijk zijn we in de boot geraakt. Ik plofte me neer aan een bankje en David keek halsreikend naar de bar die pas open mocht als we op zee waren. Dus nog even geduld, ik lag onder mijn stoel van de veiligheidswaarschuwing. Schijnbaar ingesproken door een bekende comedian. Het kwam erop neer dat hij ons zou kielhalen als we zijn goede raad niet opvolgden. Ik had direct David kandidaat willen stellen. Uiteindelijk kon ik de dag wat meer relativeren en kon me overhalen om een pint kapitein te maken. David had ergens gezelschap gevonden en we betaalden elk een rondje. Het was niet direct real ale, maar dat kon David niets schelen. Ik probeerde wel wat nieuws uit, maar uiteindelijk was ik ook tevreden met een simpele lager, “to get the edges off”.

Lichtjes zwevend stapten we van de boot en na wat zoeken naar de uitgang, vonden we deze keer snel een taxi. David gaf de naam van het hotel in en weg waren we. We deden wat extra kilometers omdat de straat openlag voor werken aan de rails van de paardentram. Een U-turn maken was niet evident. Het prijskaartje was volgens Engelse standaarden aan de dure kant, maar IOM is dan ook een belastingsparadijs, dus het mag wat kosten… We werden verwelkomd door de eigenares. Na een kort praatje met David duwde ik de bagage in de antieke lift, je weet wel met zo’n hek. Ik pendelde met de koffers heen en weer tot alles in de kamer was. Toen ging ik met de trap terug naar beneden en nam David me mee voor een welkomstdrink. Ik was blij dat in de pub Angela en de crew ons stonden op te wachten. Ik hoefde maar een half woord te zeggen en iedereen wist hoe mijn trip was geweest…

Ook al was hier het bier een pound duurder. Maar daar stoorde ik me niet aan.

Na een gezellige avond, liepen we terug naar het hotel die handig gelegen was op de promenade, wel een heel eind lopen van het centrum. Maar goed, het was er rustig.

We kozen een bed en al gauw was ik in dromenland.

Victoriaans kerst met een Dickens sausje

De ochtend begon vroeg. Misschien te vroeg. Om 5u stond ik op, of anders gezegd, rolde uit mijn bed. Ik strompelde naar de keuken. Ik had het lumineuze idee om de koffie te laten lopen, terwijl ik onder de douche stond. Het leek te lukken … ik warmde op en mijn koffie koelde af tot een drinkbare temperatuur. Weeral tijd bespaard. Ik nam nog wat mee voor de kleine honger en vertrok toen klokslag 5u30 naar mijn moeder.

Op de weg was het ideaal, het was zo’n 10°, dus geen kans op gladheid en uiteraard was de ochtendspits nog niet op gang gekomen. Binnen 20 minuten was ik in Assebroek en vandaar ging de reis verder. Ik wisselde van auto en van zitplaats en algauw snorden we op de E40 richting Franse grens.

Er was nog een vrees dat we ergens stil zouden staan voorbij Adinkerke, maar er was geen geel hesje te bekennen. Vandaar ook dat we om 7u20 de afrit namen aan Calais Port.

Helaas toen werd het wat ingewikkeld, ze hadden de baan verbreed en toen er een splitsing kwam van auto’s en vrachtwagen was er geen probleem, maar in had niet verwacht dat er de weg nogmaals zou splitsen, voor de in slaap gevallen vrachtwagenchaffeur… Ik kon niet op tijd helpen corrigeren en we belanden in een lange rij vrachtwagens. De schrik sloeg toe bij mijn moeder, dus stapte ik even uit en zocht een uitgang. Ik liep naar de Poolse vrachtwagen die achter ons was gereden, maar de man sprak uitsluitend … Pools. Hij probeerde wel uit te leggen dat we best naast de file doorreden en links wel een gat zouden vinden. Intussen was mijn moeder half uit de auto gestapt wat niet echt hielp om de rust te bewaren. Uiteindelijk nam ik het stuur over en reed naast de file en helemaal voorin, bij de slagbomen kwam een geel vestje met Securité aanzetten en liet ons door. We kwamen terug op het rondpunt en opnieuw (net zoals vorig jaar trouwens) reed ik op de bezoekersparking, daaruit was het gemakkelijker ontsnappen en na een derde poging via “Calais Port” belanden we bij de douane, de Franse liet ons zo door, de Engelse keek even streng naar de identiteitskaarten maar ook hij had geen vragen. En we waren bij de laatste etappe, de incheckbalie, daar zat een ongeïnteresseerde vrouw die wou weten welk type Citroën dit betrof. Tergend langzaam tokkelde ze op haar toetsenbord en toen rolden de tickets uit de printer en konden we doorrijden. Ze zei nog het vak, maar ik kon me niet zo concentreren. Nu ik heb uiteindelijk het vak kunnen ontfutselen en de auto voor ons tussen een rij vrachtwagen zien laveren. Nu wist ik niet meer wat doen, om de een of andere reden reed ik de andere kant uit en stond dus omgekeerd naar de loopbrug. Terwijl er aan de rij vrachtwagens geen einde kwam. Weeral een geel mannetje wou het ticket zien bungelen aan de achteruitkijkspiegel vooraleer hij iets wou doen. Eindelijk werd er een bres geslagen in de stroom tientonners en kon ik draaien om op de ferry te rijden.

Stijf van de zenuwen zette ik de motor uit in het ruim en liet mezelf eerst leeglopen. Daarna wachtte ik geduldig tot alles verzameld was. We gingen de trap op en het zoeken van een geschikte plaats begon. Relatief snel kon ik neerploffen. Ik stoorde aan het onverminderde gekwetter van Indiërs naast mij. Wie legt me eens uit waarom die mode van tegen je GSM te roepen in luidsprekermodus?! Het is verdorie 8u in de morgen…

Na een ontbijtje met nog een mok koffie, kwamen de Cliffs al in zicht. Het terug naar de auto gaan verliep verbazend rustig. Ik had beloofd om in Engeland te rijden en na wat speurwerk, die A2 is altijd verstopt net na de haven, deze keer geen sightseeingtour tot aan de Marina en terug, maar rechtstreeks de brug op richting binnenland. Bij een rondpunt verliet ik de weg een stop te vroeg en besliste om door te rijden tot een eenvoudig punt om te draaien. De GPS echter stelde voor om binnendoor te steken. Ik kon me wel vinden die rustige country-lane maar mijn moeder deelde die mening niet zo bleek. Al had ze eerder gezegd voorstander te zijn van de A2 i.p.v. de M20. Wat misverstanden dus. Nu na een kwartier waren al terug op de A2. Problem solved.