Transfers tot op de minuut

Vandaag reizen we met enkele bussen van Dundee naar Liverpool om daar de ferry te nemen naar Douglas op het eiland Man. Het wordt dus een drukke dag. Er was helaas geen tijd voor een ontbijt dus nam ik me voor om op een tussenstop iets achter de kiezen te steken.

Ik was erin geslaagd om via twee ritten de hele reis in een dag te laten passen. 8u vertrek, 22u aankomst, dat is een dag hé. Rechtstreeks was het niet te boeken maar “Dundee-Glasgow” was te combineren met “Glasgow-Manchester-Liverpool” en vandaar was aansluiting op de ferry naar Douglas. Ik was trots op mijn zoekwerk, het alternatief waarmee David mee afkwam was over 2 dagen en een rit om 4u ‘s ochtends met inbegrip van een taxi.

De ochtend begon nog rustig met alles in te pakken. Ik had mijn rolkoffer en hij duwde alles in een reisrugzak. Blijkbaar kon hij zijn rugzak niet dragen en moest ik helpen om het ding van de wenteltrap te krijgen. Echt simpel was dat inderdaad niet. Ik bracht de rugzak naar de taxi-wachtrij die een heel eind van de herberg was en toen moest ik nog mijn koffer gaan halen. Het had leuk geweest als David mijn koffer had vooruit getrokken, er zaten verdomd wielen onder. Maar goed, ik bracht mijn koffer en de taxi chauffeur zette alles in de koffer. Het hele handeltje was natuurlijk te groot voor de doorsnee sedan, dus nam ik de rugzak op de achterbank naast mij. Met nog maar een paar minuten speling liepen we naar het busstation. We duwden de bagage in het ruim en stapten in. Nog op adem komend, want 2 koffers mogen sleuren, plofte ik neer in de bus die ons naar Glasgow bracht. De bus was zo goed als leeg, helaas was het maar een kort eindje. Na 2 uur kwamen we aan in Glasgow.

Ik sleepte de bagage in de aankomsthal toen David vroeg waar hij geld kon afhalen. Ik bleef bij de spullen staan terwijl David zocht naar een geldautomaat. Hij nam er zijn tijd voor en daardoor raakte ik in tijdnood om nog ontbijt te vinden in een winkeltje. Uiteindelijk is het gelukt en ben terug enkele minuten respijt stapten we op de bus naar London via Manchester.

De bus was erg druk, dus ik moest me houden aan de ene stoel die me toegewezen was. Het was wat lastig met al die handbagage die ik meezeulde, maar ik slaagde erin om mijn (overpriced) sandwich op te eten en door te spoelen met mijn Dr. Pepper. We reden door het grensgebied en ik genoot van het landschap dat rond me ontvouwde. Toen we even later op Engelse bodem waren begon het Peak District zich te tonen. Als ik mag vergelijken had ik zelfs het gevoel dat het Schotse broertje net dat beetje adembenemender was. De bus nam zijn pauze op exact dezelfde plaats als alle bussen voorheen. Tenmidden van de heuvels van het Peak District. We stapten uit en ik ging voor een koffie terwijl David voor een blik bier ging. De chaufffeur die net achter ons in de rij stond waarschuwde David dat alcohol verboden is op de bus. Tegen dan is het blik op antwoordde hij en daar was ik ook van overtuigd. Ik zette me aan een tafeltje en David kwam er bijzittten en zoals steeds had hij kritiek op de chauffeur, maar mij kon het echt niet schelen. Ik dronk mijn koffie op en at mijn muffin en erna genoot ik even van de ruimte die ik in de bus terug zal moeten missen. Toen zei ik aan David dat ik even naar het toilet moest en vroeg hem om op mijn spullen te letten. Tot mijn stomme verbazing kwam David een goede minuut later naast me staan in het toilet en begon een praatje. Ik keek verstomd en vroeg hem dan ook verschrikt waarom hij niet bij mijn spullen kon blijven. Ik moest ook en had alles achtergelaten. Ik haastte me terug naar mijn tafel maar gelukkig was alles er nog. Waarom had ik dat niet kunnen voorspellen?!

Nog wat gestrest kroop ik terug op mijn plaats in de bus. Gelukkig zat ik niet naast hem. David deed alsof er niets was gebeurd. Na uren onderweg, kwamen we eindelijk aan in het busstation van Manchester. We deden een korte wandeling om de benen te strekken. Toen het tijd was om weer in te stappen kon David zijn ticket niet voorleggen. Het bizarre was dat hij dit ticket al nodig heeft gehad voor het traject Glasgow-Manchester, waar Manchester-Liverpool deel van uitmaakte. Toch duurde het nog 10 minuten alvorens hij het kon tonen. De chauffeur behield zijn kalmte langer dan ik want ik zat toen al bijna aan het kookpunt.

Op de bus zaten er terug weinig mensen en dat had wel een positief effect op mijn gemoed. Een uurtje later waren we al in Liverpool. Al was het maar 500 meter lopen, David stond erop om een taxi te nemen. Maar waar staan de taxi’s. Er was wel een taxi depot maar dat zat er verdacht gesloten uit. Ik liep een restaurant binnen en vroeg of men een taxi voor mij wou reserveren. De dame belde kort en binnen 5 minuten zou er een taxi voor de deur staan. Toen ik echter buiten kwam had David al een taxi tegengehouden. Gelukkig was het van dezelfde firma dus zal wel meevallen neem ik aan. Ik stapte in en de chauffeur reed weg, echter weg van de promenade. Ik wou het me niet aantrekken, maar vroeg toch aan de chauffeur of dat de juiste richting was voor de zeehaven. Nee, zei hij verschrikt, ik rijd naar de luchthaven, ik had het zo begrepen van mijnheer. Ik kon mijn oren niet geloven… Hij was zo gul om de paar kilometers omweg niet aan te rekenen en binnen een goede 10 minuten stonden we aan de terminal. Ik sleepte de bagage naar de ingang en vond daar een rij caddies. Met wat moeite duwde ik onze bagage op een caddy. David vond dat tijdverlies, maar ik was tegen die tijd al zo goed als bekaf. Nadat ik ook wieltjes onder David zijn koffer had gekregen kon in eenvoudiger de bagage naar de incheckbalie slepen. Het was een beetje een zigzag, maar uiteindelijk zijn we in de boot geraakt. Ik plofte me neer aan een bankje en David keek halsreikend naar de bar die pas open mocht als we op zee waren. Dus nog even geduld, ik lag onder mijn stoel van de veiligheidswaarschuwing. Schijnbaar ingesproken door een bekende comedian. Het kwam erop neer dat hij ons zou kielhalen als we zijn goede raad niet opvolgden. Ik had direct David kandidaat willen stellen. Uiteindelijk kon ik de dag wat meer relativeren en kon me overhalen om een pint kapitein te maken. David had ergens gezelschap gevonden en we betaalden elk een rondje. Het was niet direct real ale, maar dat kon David niets schelen. Ik probeerde wel wat nieuws uit, maar uiteindelijk was ik ook tevreden met een simpele lager, “to get the edges off”.

Lichtjes zwevend stapten we van de boot en na wat zoeken naar de uitgang, vonden we deze keer snel een taxi. David gaf de naam van het hotel in en weg waren we. We deden wat extra kilometers omdat de straat openlag voor werken aan de rails van de paardentram. Een U-turn maken was niet evident. Het prijskaartje was volgens Engelse standaarden aan de dure kant, maar IOM is dan ook een belastingsparadijs, dus het mag wat kosten… We werden verwelkomd door de eigenares. Na een kort praatje met David duwde ik de bagage in de antieke lift, je weet wel met zo’n hek. Ik pendelde met de koffers heen en weer tot alles in de kamer was. Toen ging ik met de trap terug naar beneden en nam David me mee voor een welkomstdrink. Ik was blij dat in de pub Angela en de crew ons stonden op te wachten. Ik hoefde maar een half woord te zeggen en iedereen wist hoe mijn trip was geweest…

Ook al was hier het bier een pound duurder. Maar daar stoorde ik me niet aan.

Na een gezellige avond, liepen we terug naar het hotel die handig gelegen was op de promenade, wel een heel eind lopen van het centrum. Maar goed, het was er rustig.

We kozen een bed en al gauw was ik in dromenland.

Eerste dag op IOM

Ik stapte uit mijn bed en liep naar de badkamer op de gang.

Ik waste me en deed intussen mijn kleren aan. Toen ik terug naar de kamer liep was David ook klaar en we liepen samen naar de ontbijtzaal. We kregen een tafel toegewezen en ik wat meer up-class werd aan tafel bediend. Ik had mijn koffie nodig, dus een theepot delen zat er niet in. Intussen liep ik naar de bufffettafel om enkele boterhammen te roosteren en er wat jam op te smeren. Die dag at David nog relatief goed. Na enkele minuten kwam de serveerster met mijn spek met eieren en bonen (had ik dat maar gelaten …) Naspoelen met een vers sinaasappelsapje en we kunnen er weer tegenaan. Ik ging naar de kamer en maakte mijn rugzak klaar.

Voor ik evenwel zou op avontuur gaan, liep ik mee met Denis naar de zaal, zodat ik wist waar die was en al even goeiedag kon zeggen. Zoals gewoonlijk vond David de ingang weer niet en raakten we via de zijingang dan toch in het gebouw. Maar dan waren we er nog niet. De receptionisten weigerden ons door te laten. Toen iemand van de organisatie erbij kwam, mochten we toch door. Ik keek rond in het gebouw en maakte kennis met Julie. Ze kwam eerder kil over en vond het raar dat aangezien ik er nu al was ik toch niet zou meehelpen. Schijnbaar is sightseeing hier een groot ding.

Ik liep de deur uit en zette de wandeling in naar de ferryhaven waar ik in het Welcome Center een buskaart kocht. Ik nam terzelfdertijd ook zo’n handige badgehouder mee met elastiek. Dat kon altijd wel van pas komen.

Dan was het zaak om het treinstation te vinden, want ik wou in stijl beginnen met de stoomtrein. Ergens verscholen in een zijstraat was de ingang tot het station. De poort zat wat gewrongen tussen gebouwen maar het moment dat je door de poort liep was de grandeur van treinreizen weer helemaal terug. Ik keek op het bord wanneer de eerste trein was en “kocht” een kaartje. Ik toonde mijn kaart en kreeg een ticket. Ik had nog een half uur en doodde de tijd door enkele foto’s te maken van de locomotief, de 3de klas wagons (hier geen luxe) en het mooi versierde perron. Tenslotte zocht ik een plaatsje uit in een open rijtuig. Etaleerde mijn rugzak zodat ik overal handig aankon. Ik deed het raam naar beneden en zag hoe steeds meer mensen op de trein stapten. Ik moest mij geen illusies maken, ik zou mijn wagon niet alleen kunnen houden. Er stapte een nogal boertige vader met dochters in de wagon en duwde mijn spullen wat bij elkaar. Enkele minuten later schokte de trein in beweging en we waren vertrokken. We braken zeker geen snelheidsrecords maar al gaouw was het grauw van de stad verdwenen en schoven de groene heuvels voorbij.Toen we stopten aan het station van Port Soderick moest ik gewoon een foto nemen. Dichter bij “Thomas” kon ik niet raken. In Ballasalla bleven wat langer staan om de tegemoetkomende trein te kunnen kruisen. Enkel spoor hé… Daarna pufte de trein verder uiteindelijk tegen de stootblokken te rijden van Port Erin aan de zuidwestelijk puntje. Ik stapte uit, liep een winkel binnen voor een broodje en ging toen verder op de weg naar Land’s end of wat ze hier van maken. Ik werd weggeblazen door een prachtitg zicht. Op een heuvel was een hotel, met hoe kan het ook anders Real Ale. Ik stapte binnen en bestelde me een pint. Ik installeerde me in de pluche en keek uit over de baai. Het was adembenemend en na een gesprek met een andere klant liep ik naar de toog en rekende af. Ik wou die kust wel van dichtbij zien. Ik stapte verder langs de kust zodat ik een mooie vista kreeg op de baai en Port Erin. Na een stuk langs de kust gelopen te hebben, stapte ik terug naar het station en kroop terug in de trein. Deze keer had ik het gezelschap van een groepje Australiërs. Ik vertelde wat ik op het eiland deed en ze keken me verbaasd aan. Ik vermoed dat ze zich laven aan wijn. Het enige wat ze over bier kwijt wilden was dat Fosters overal in de wereld beter smaakt dan in het thuisland. We waren al snel van onderwerp veranderd en voor ik het wist was ik terug in Douglas. Ik vertelde de groep waar het festival doorging maar dat was zinloos leek me.

Terug in de hussle and bustle van de hoofdstad nam ik de bus naar Peel aan de westkust. Na wat drukke straatjes waren al snel terug on the open road, die hier lichtjes bergop gingen. Na een kwartiertje daalden we al terug af richting zee. In Peel stapte ik af aan de halte en liep naar de haven. In vergelijking met Port Erin leek het stadje eerder uitgestorven. Ik wandelde naar het kasteel en nam enkele minuten om het zicht in me op te nemen. De ruïne iets verderop was niet te bezichten. Dus wandelde ik terug naar de bushalte. Ik moest nog een tiental minuutjes wachten alvorens de bus me terug naar Douglas zou brengen.

In Douglas terug aangekomen had ik moeite om de juiste bus te vinden naar de Marina te vinden. Tenslotte ben ik dan maar gaan wandelen. Ik stapte binnen in de zaal en deze keer was het eenvoudiger om via het onthaal te komen. Ik ging naar de Julie om te vragen voor welke taak ik deze avond op de planning stond. Ik werd naar de lobby geleid en daar was ik verantwoordelijk voor de inkomgelden. Ze hadden het opgedeeld in kaart- en cash betalingen. Het merendeel van de tijd hield ik me bezig met het klaarmaken van de startpakketten.

Toen ik wat was ingewerkt liep iedereen naar buiten voor een openingshow. In ware Manx-traditie waren er uiteraard motoren mee gemoeid. Ze deden rondjes op DAX-brommertjes. Het had wel een humoristische noot maar in feite kon het me maar weinig boeien. Niet echt een petrol-head dus.

De verantwoordelijke kwam vragen of ik al gegeten had. Neen, dan sta je beter in de rij want de voorraad van de cateraar is nogal onvoorspelbaar. Ik ging naar het zaaltje en er stond inderdaad een hele rij. Ze hadden helemaal niets meer, dus was het wachten op nieuwe levering en omdat kakelvers werd moest het natuurlijk eerst worden gebakken. Gemakkelijk een half tot een uur vertraging.

Uiteindelijk ben ik aan een pastijtje geraakt en na wat zoeken ook een deftig biertje.

Pitttig detail was dat de kasse recht tegenover de toiletten was opgebouwd. De cash-bar was tegenover de mannen WC, de card-bar was tegenover de vrouwen WC. Nu dat viel dik tegen. Ik heb de tel niet bijgehouden maar ik had toch het gevoel dat er verbazend veel vrouwen over hun theewater waren. Ik kan niet spreken over het mannelijk deel van het klantenbestand. Maar volgens overleveringen is de Isle of Man een rots waaraan alcoholische krampachtig vastklampen. Echt groot is het eiland niet en het aanbod van Manx bieren is niet echt om naar huis te schrijven. Een buitenlands bier drinken kost dan weer extra, dus is een ferryticket mijn inziens goedkoper.

Nadat het festival was gesloten liep ik terug het hotel. In het hotel had David al ziijn spullen uitgestald en alle ruimte, werkelijk alle ruimte was ingenomen. Dus was ik verplicht om uit mijn koffer te leven. Oh ja, who cares.

Ik nam een douche en kroop in mijn bedje.